DISTRIBUTED BEING ProgSoap10
IN MEMORIAM: RUUD (1956-2007)

Donderdag 22 november jl. overleed plotseling Ruud, een goede vriend, van vroeger. Zo maar, van het ene moment op het andere. Hij was slechts 51 jaar en laat een prachtig gezin achter. Onwe- zenlijk. Onredelijk. En ik ben boos. Ik ben niet gelovig, streng atheïstisch zelfs. Mocht ik het bij het verkeerde eind blijken te hebben - ook ik weet het immers niet zeker; ik geloof dat er geen God bestaat - en ik kom de Schepper nog een keer tegen dan laat ik hem (of haar) alle hoeken van de grote kamer die Hemel of Hel heet zien. "Hoe haal je het in je botte hoofd om, naast alle mondiale ellende die je maar laat voortduren, een goed mens van maar 51 plotsklaps te laten overlijden?" Dat zou ik de Schepper toeschreeuwen. Om na het gegeven antwoord een fikse klap uit te delen. En dan laat ik mij nog voorzichtig uit ... Als ik het antwoord al afwacht.
In deze poel van ellendige emoties, schemeren en schitteren echter toch al weer wat lichtpuntjes ... namelijk de herinneringen. Zoals de trouwe bezoekers van AFTERglow en de sidekickpage Distributed Being weten, gaat deze rubriek over gebeurtenissen in het dagelijks leven van de redacteuren, daar waar er een relatie ligt met progressieve rock. Waar zit de relatie met de muziek in dit trieste relaas?
Het antwoord is simpel: Ruud was een liefhebber van de prog- en symfo: het oude Genesis, King Crimson, Frank Zappa, Caravan, Yes en vooral Pink Floyd. Hoewel mijn relatie met hem niet meer de intensiteit van vroeger had, was hij vaak in mijn gedachten. Als ik aan vakanties met hem in Spanje dacht, aan de schooltijd, Café de Quibus in Schiedam, het voetbal bij Hermes DVS, aan de vele feesten uit de jaren zeventig en tachtig en natuurlijk als ik genoemde muziek beluisterde.
Pink Floyd loopt en liep als een rode draad door ons vriendencultuurtje. Zoals ik al eerder schreef, Floyd stond niet alleen garant voor briljante muziek, het was een soort levens- wijze. Je dacht 'Floydiaans'. Dat gold ook voor Ruud. Bovendien kende hij als geen ander teksten integraal uit het hoofd en zong en declameerde ze regelmatig. In de kroeg, de fietsenstalling van school of zo maar op straat kon het gebeuren dat hij spontaan uitbarstte in de tekst van 'Billy The Mountain' van Zappa, inclusief de rare uithalen en fratsen van zangers Mark Volmann en Howard Kaylan. Of in 'Dancing with the Moonlit Knight' van 'Selling England by the Pound' van Genesis en niet te vergeten 'Epitaph' van King Crimson. En natuurlijk de tekstflarden van 'Echoes' van Floyd of 'Shine on you Crazy Diamond'. Hij kende ze allen uit die prachtig geboetseerde kop.


En wat te denken van het gedenkwaardige moment dat ik samen met hem en een aantal anderen half jaren zeventig naar Hal4 in Rotterdam toog om daar op een groot scherm de film 'Pink Floyd at Pompeiji' te aanschouwen. Ruud probeerde zo'n belevenis ook in gebaar beeldend te maken. Wij zaten daar in een zaal met publiek en ik zal nooit vergeten dat hij ineens opstond tijdens de astrale track 'Careful with that Axe Eugene' daar waar Roger Waters agressief op die manshoge gong slaat, en synchroon met Waters en precies getimed die slaande beweging op een denkbeel- dige gong maakte. Hilariteit alom.
Ook maakten wij de reis naar Londen om daar in 1980 in Earl's Court 'The Wall' te zien. Ik heb de foto's en dia's voor mij liggen. Volgens mij heeft Ruud het 'luchtgitaar' spelen avant la lettre uitgevonden want hij speelde met David Gilmour mee tijdens diens geweldige solo in 'Comfortably Numb' en deed dat nog eens dunnetjes over toen wij nadien dezelfde show van Floyd nog een keer zagen in Dortmund. Kortom: Ruud was heel veel, maar hij was ook muziek. Jammer dat hij zijn eerste schreden op het actief spelen van muziek nooit heeft doorgezet. Hij was immers de enige en eerste op school die warempel een Farfisa orgel had. Dat was jaloersmakend ...
Het is allemaal over ... of nee ... het is helemaal niet over. Alle herinneringen zijn er nog, levendiger dan ooit. Ik zal hem nooit vergeten. Ruud: he's at The Darkside of the Moon (and the moon is mine). Harry 'JoJo' de Vries (11-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap9
DE ROTTERS CLUB

Een aantal weken terug liep ik in de prima boekhandel Donner in Rotterdam. Zo'n literaire verzamelplaats waar ik uren zou kunnen doorbrengen. Ik had reeds mijn slag geslagen op de verdieping waar de romans te vinden zijn en had voor mijn werk de almaar uitdijende afdeling 'Management' bezocht waar ik steeds vaker de indruk krijg dat iedere schrijver van dit soort boeken direct als een 'managementgoeroe' wordt gepresenteerd.
Net toen ik het pand wilde verlaten viel mijn oog op een roman met de titel 'De Rotters Club', geschreven door Jonathan Coe. "De Rotters Club?" dacht ik, uiteraard direct associërend met het briljante gelijknamige album van Hatfield and the North. Deze gedachte natuurlijk meteen uit het hoofd zettend want welke romanschrijver zou immers een progrockband uit de jaren zeventig als subject van zijn boek kiezen. Dat zou niet echt verkopen, zo was mijn indruk. De nieuwsgierigheid was echter gewekt.

Ik nam het boek in de hand, las de flaptekst en bladerde gehaast door het lijvige geheel. En wat schetste mijn verbazing: bij wijze van spreken op iedere pagina kwam ik namen tegen van Yes, Jethro Tull, Pink Floyd, Robert Wyatt, Henry Cow, King Crimson. Bovendien bleek het verhaal gelardeerd met songteksten van 'Tales from Topographic Oceans' en maakten de hoofdperso- nen verwijzingen naar tracktitels van de albums van Hatfield and the North. Hoewel ik een fervent lezer ben, zei de naam van de schrijver mij slechts vaag iets. Toch besloot ik, al was het alleen maar vanwege de titel en de verwijzingen, om het boek snel aan te schaffen. En dat bleek nadien absoluut geen verkeerde beslissing.
Het boek geeft een prachtige zedenschets van de jaren zeventig en vertelt het verhaal van vier schoolvrienden die de wereld, de meisjes, het leven en ook de muziek ontdekken. En, het zal u niet verbazen, dan met name de progressieve en symfonische rock uit die tijd. Zoals het een groepje vrienden in de puberteit betaamt willen zij hun stoerheid benadrukken door het kiezen van een naam voor hun vriendencirkel. En die naam wordt, u raadt het al, 'De Rotters Club'. Ik verslind het boek op dit moment. Goed geschreven, beeldend en het is voor een liefhebber van progrock natuurlijk een weldaad. En wellicht het belangrijkste, ik herken mij zeer in deze groep van middelbare scholieren. Ook ik maakte van een vergelijkbare groep deel uit, in diezelfde periode en met soortgelijke hobbies en voorkeuren: de kroeg in, muziek maken, prog en symfo beluisteren, onze favoriete bands nareizen en al doende het leven en de meiden leren kennen.
Kortom, het boek van Jonathan Coe is een feest der herkenning en maakt op die wijze uiteenlopende emoties bij mij los. Het mooie is dat het boek ten tijde van verschijnen in 2000 zelfs topverkoop- cijfers haalde. Een heerlijke gedachte want dat betekent dat veel lezers die niets met prog of symfo hebben, er al lezend toch mee te maken hebben gekregen. Wellicht heeft dat nog wat zieltjes gewonnen voor onze favoriete muzieksoort.
Voor een ieder die zijn pre-adolescentie in de jaren zeventig beleefde en fan is van progressieve rock, is dit boek een abso- lute 'must'. Ik ga snel verder lezen en ga vanavond 'The Rotters Club' van Hatfield beluisteren. De klok terug, mij verbeelden dat ik nog jong ben. JoJo (11-2007)