Showing posts with label Reviews H. Show all posts
Showing posts with label Reviews H. Show all posts

Reviews H

Roy Harper - Once (1990)

Label: Line Music
Bandsite: www.royharper.com
Duur: 41:40
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)

Roy Harper: singer/songwriter met maatschappijkritische teksten uit de folkhoek. Wat doet een recensie van zo'n artiest op een site die zich richt op progressieve rock? Welnu, het antwoord is meerledig. Deze artiest heeft zijn invloed doen gelden op Pink Floyd, op 'Once' spelen progressieven mee als David Gilmour en Kate Bush en de muziek heeft ontegenzeggelijk progressieve kenmerken. Reden genoeg om in deze rubriek een plaatsje te reserveren voor deze enigszins mystieke artiest met een omvangrijk oeuvre.
Roy Harper is sinds de jaren 60 bevriend met David Gilmour en de andere Floyds. Toen Harper begin jaren 70 een hele plaatkant vulde met één track, overtuigde hij daarmee de leden van Pink Floyd. Het gaf hen de moed om 'Meddle' te tooien met één hele plaatkant 'Echoes'. Een niet onbelangrijk historisch gegeven derhalve. Daarnaast is Roy Harper de zanger op 'Have a Cigar' van Floydklassieker 'Wish you Were Here' en trad hij live met hen op. Tenslotte schijnt het nummer 'Berliners' van het hier besproken 'Once' de inspiratie voor Gilmour's 'A Great Day for Freedom' te zijn geweest, zoals u ongetwijfeld weet een track van 'The Division Bell'. In een boek dat ik over Pink Floyd heb staat een citaat van engineer John Leckie: "They worshipped Roy , to Dave in particular Roy just couldn't do anything wrong". Kortom, de lijntjes tussen Floyd en Harper waren en zijn stevig.
Is er iets terug te vinden van deze relatie op het in 1990 verschenen 'Once'? Jazeker. Direct al in één van de hoogtepunten van deze schijf, het openings- en titelnummer. Die track begint met synths en piano – hoewel niet vermeld op de hoes – en daaroverheen het typische en excellerende geluid van Gilmour's gitaar. Alsof 'Shine on your Crazy Diamond' staat te beginnen. Daarna ontrolt zich een werkelijk schitterend nummer met een mysterieus thema, niet in de laatste plaats door de achtergrondzang van Kate Bush. Harper's stem en manier van zingen kent veel eigen kenmerken maar in dit nummer komen zowel de stemmen van Roger Waters als Peter Hammill bij mij op. Kippevel is wat rest na de laatste klanken.
Er zijn zo af en toe soundscapes, geluiden en stemmen op 'Once' te horen, waardoor de nummers geïntegreerd raken. 'Once in the Middle of Nowhere (Link)' is daar een voorbeeld van en vormt inderdaad de link naar 'Nowhere to run to'. Een door de akoestische gitaar gedomineerd nummer waarin Harper zijn gal spuwt over het leven. Getergd door de in die jaren over Salman Rushdie uitgesproken Fatwa, schreef Harper het nog steeds actuele 'The Black Cloud of Islam'. Een intrigerende en Dylaneske track waarin Harper op een gewaagde manier van leer trekt, op het gevaar af zelf onderwerp van een Fatwa te worden. Wat te denken van "I'm sick to the teeth of the news on the screen, of hisbullah scum and jihad the obscene. Whose men plant the bombs and then live feeling free, to watch woman and children killed on TV". En gaat hij verder "What kind of publicity needs so much blood that's not for some sad diabolical God, selling himself as a two-bit MacBeth as the expert in sentencing cousins to death". Overigens toont ook het dagboek op Harper's site zijn betrokkenheid bij en machteloosheid rond het permanente drama op het wereldtoneel. Hierna volgen nog zes uitstekende tracks, waarvan 'Berliners' en 'Ghost Dance' er uitspringen. Eerstgenoemde laat een kwade Harper horen die zijn akoestische gitaar keihard aanslaat en Gilmour die elektrisch het gevecht graag aangaat. Het pakkende refrein doet de rest. 'Ghost Dance' zorgt ervoor dat dit werkstuk net zo eindigt als het begon, namelijk met een hoogtepunt. Een compositorisch sterk nummer waar zoon Nick Harper de gitaar overneemt van Gilmour. Desondanks zitten er veel Floydinvloeden in deze track, met name door de Waters-achtige en declamerende manier van zingen.
Ik kan 'Once' aanraden aan een ieder die van pakkende muziek houdt waarbij de teksten ook iets wezenlijks te melden hebben. Bovendien beweegt Harper zich al tientallen jaren hoorbaar in de context van Pink Floyd. Alleen daarom al is dit een interessant werkstuk.
JoJo (2-2004)

Bezetting:

Roy Harper – vocals, guitars, harmonica, dulcimer
David Gilmour – electric guitars, blues guitar
Nick Harper – electric guitars
Tony Franklin – bass
Steve Broughton – drums
Kate Bush – backing vocals

Discografie (een selectie van high-lights uit de 35 releases):
Sophisticated Beggar (1967)
Flat Baroque and Berserk (1970)
Lifemask (1973)
HQ (1975)
Born in Captivity (1982)
Work of Heart (1984)
Once (1990)
The Dream Society (1998)
The Green Man (2000)

Reviews H

Helmet of Gnats – Helmet of Gnats (2004)

Label: Ambient Records
Officiële Site: www.helmetofgnats.com
Duur: 52:53
Recensent: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)

De leden van mijn ‘ingroup’ spraken vroeger onderling liefdevol maar assertief over ‘Pipo-muziek’ als het draaide om jazzrock en haar belendende percelen. De muziek van The Mahavishnu Orchestra, Brand X of de latere Soft Machine werd als vanzelf geassocieerd met onze nationale clown. De preciese reden weet ik niet meer maar het had in ieder geval te maken met de drukke en snelle manier van musiceren. “Sapperdeflap wat een gitaarsolo”, was steevast het commentaar. Of “De compositie is niet veel, maar wat kunnen die jongens spelen”. Het etiket ‘Pipo-muziek’ kwam als vanzelf weer boven water na beluistering van het debuutalbum, dat eigenlijk geen debuutalbum is, van Helmet of Gnats.
Helmet of Gnats speelt volledig instrumentale jazzrock met een symfonische toets. Dat doen zij al een jaar of vijfentwintig in wisselende bezettingen en hun eigenlijke debuut op CD vond plaats in 1996, hoewel zij toen nog ‘A Helmet of Gnats’ heetten. Referenties met ‘hedendaagse’ bands zijn Happy the Man, Sphere3 en Niacin maar dan in een beduidend relaxtere versie. Het geluid wordt gedomineerd door de gitaren van Chris Fox en de toetsen van Matt Bocchino, wiens orgel goed vet klinkt. Het geheel staat op een solide basis met hoekige ritmes.
Het titelloze album draait lekker weg en ondanks het feit dat het soms wat dringen is onder de laser – de ene solo wordt met de andere aangestoken – heb ik toch een aantal malen het gevoel gehad ongemerkt bij de eindstreep te arriveren. En daar ligt dan ook het kritiekpunt. Technische vaardigheid en een goed ontwikkelde ‘Pipo-competentie’ worden gepaard aan compositorische eenvormigheid en vlakheid. Boven het maaiveld steken uit ‘Almost Babylon’ en ‘Chimps in Space’. Eerstgenoemde doet denken aan de eerste solo-abums van Bill Bruford en kent een mooi melodisch ‘refrein’ en een lekkere hammondsolo. Laatstgenoemde duurt dertien minuten en biedt, alleen al door de lengte en ‘breaks’, gelukkig meer afwisseling in melodische lijnen en solo’s en houdt daardoor de aandacht beter gevangen dan de rest van het album. Het werkstuk ligt hier overigens voor mij in een SACD-uitvoering – voor de echte liefhebber – en is getooid in een intrigerende digi-pack. Ik ben er namelijk nog steeds niet achter wat het voorwerp op de hoes voorstelt en dat bevalt mij wel.
Resumerend heb ik hier te maken met een aangenaam album waarop knap gespeeld wordt – Mammaloe zou trots op ze zijn – maar dat de diepgang en gelaagdheid van genoemde referentiebands grotendeels mist. De muziek van Helmet of Gnats zal daarmee dreigen onder te gaan in de steeds maar uitdijende zee die ‘Het Meer van Hetzelfde’ heet en waar op de bodem de Waterlanders leven.
JoJo (03-2006)


Bezetting:
Matt Bocchino - keyboards
Mark Conese - drums, percussion
Chris Fox - electric and acoustic guitars
Wayne Zito - (fretless) bass

Discografie:
A Helmet of Gnats (1996; Out of Print)
Helmet of Gnats (2004)

Reviews H

Hostsonaten - Springsong (2002)

Label: Sublime
Bandsite: -
Duur: 45:03
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ @ (max. aantal JoJo's)


Mensen proberen vaak muziek, literatuur of andere mensen onder te brengen in hokjes. Dat biedt houvast en het vergemakkelijkt de communicatie. Ik 'bezondig' mijzelf daar ook weleens aan: is het rechter- of linkerhersenhelft muziek? Rechts plaats ik 'gevoelige, poëtische en/of lyrische muziek', links veronderstel ik 'klinische, kille en/of door techniek gedomineerde muziek'. Bij "Springsong" van Hostsonaten is er geen twijfel mogelijk: zo rechts als het maar zijn kan. Sensitieve, pastorale muziek in symfonische sferen waarbij het gemakkelijk associëren is: bij iedere track doemen er beelden op van de kleuren van het jaar en van de natuur. Niet zo vreemd gezien de titel en de andere albums van het project Hostsonaten die eveneens een relatie leggen met de natuur.Alle muziek is geschreven door Fabio Zuffanti. Een bezig baasje bekend van o.a. Finisterre - zoals hij zelf zegt 'helaas ter ziele' - en La Maschera di Cera. Maar hij is ook actief in de belendende percelen van prog en symfo, zoals in de post-rock van laZona en de electronische muziek van Spazio en Quadrophonic waarin hij onze linkerhersenhelft bedient.Omdat Zuffanti zelf zeer ontevreden was over zijn zang op de andere werken van Hostsonaten is hier gekozen voor een volledig instrumentaal album.
Het album opent met "In the Open Fields" en met "Kemper/ Springtheme". Hoewel de thema's in beide tracks mij bekend voorkomen - waarschijnlijk gebaseerd op folk traditionals, al maakt de hoes daar geen melding van - klinkt het adembenemend mooi, is er een glansrol voor de viool van Caputo en refereren de 12-strings-gitaren aan Anthony Phillips. "Living Stone and 1st Reprise" vormt hierop een logisch vervolg, met verdienstelijk fluitspel van Biagini afgelost door prachtige vioolsolo's. Van het pastorale "She sat writing Letters on the Riverbank" raakt mijn rechterhersenhelft in vervoering. Het nummer zou zo een onderdeel kunnen zijn van de 'moderne' klassieke muziek van Arvo Pärt en het sluit in stijl af met een mysterieus gesproken woord van de overleden filmregisseur Andreij Tarkowskij.In "The Underwater and 2nd Reprise" worden jazzy akkoorden vermengd met een symfo-typische gitaarsolo. Het experimentele en psychedelische "Lowtide" gaat over in "The Wood is alive with the Smell of Rain", een nummer waarin een perfecte symbiose plaatsvindt tussen folk en symfo en een heerlijke hammond orgelsolo is te horen. En geloof me: u ruikt het bos. Zuid-Amerikaanse folk horen we in "Evocation of Spring", dat de voorbode is van het 13 minuten durende "Toward the Sea". In dit nummer en haar drie onderdelen komen alle muzikale invloeden die we in de voorgaande nummers hoorden tezamen en keert het "Springtheme" terug.
Een sterke en smaakvolle culminatie van een grandioos album, met name geschikt voor de late avond. Een laatste pluim op zijn hoed heeft Zuffanti te danken aan het prachtige art-work. Per track is een kaartje bijgevoegd met een afbeelding uit de "Bible of Borso D'este" uit het jaar 1400. Hoewel de plaatjes wat aan de zoete kant zijn en het goed zouden doen op een wandtegeltje, past deze hoes perfect bij het muzikale aanbod en teisteren hoes en CD op een aangename manier mijn rechterhersenhelft …….
JoJo (2003)


Bezetting:
Fabio Zuffanti - 12 strings guitar, bass
Sergio Caputo - violin
Francesca Biagini - flute
Agostino Macor - piano, moog, mellotron, organ
Frederico Foglia - drums, percussion
Stefano Marelli - lead guitar, 12 strings
Roberto Vigo - piano
Boris Valle - piano

Discografie:
Hostsonaten (1997)
Mirrorgames (1998)
Springsong (2002)
Springtides (2004)

Reviews H
Steve Howe & Paul Sutin - Voyagers (2000)Label: Armoury Records
Bandsite:
Steve howe.com
Duur: 45:40
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)


Schreef ik dat luisteren naar hun vorige project 'Seraphim' een ware bezoeking was, dat is bij 'Voyagers' geenszins het geval. Eerstgenoemde album richt zich op slaapverwekkende new age zonder ziel en structuur. 'Voyagers' is echter een album geworden met een kop, een romp en een staart, duidelijke melodielijnen, een betere synergie tussen de keyboards van Sutin en het gitaarspel van Howe en wat meer stevigheid en ritmiek. Dit laatste ook door de inzet van drummer en zoon Dylan Howe.Het album opent met 'Sweet Eternity'. Zoals Steve stelt "that is my favourite track of the album, because it's a bit sentimental and very emotive". Dat omschrijft deze track goed en is per saldo een goede kenschets van het gehele album. De track doet denken aan Andreas Vollenweider die een snuifje Pat Metheny tot zich neemt. 'Telepathy' is eveneens een prima track waarin Howe zijn kunnen toont op de (steel)guitars, de jazz en rock elkaar vinden en, zoals de hoestekst laat weten, optillen naar een lekkere "new groove …. where New Age meets New Wave". 'Sanctuary' kent een latijnse basis en steekt goed in elkaar door een aardige afwisseling van wat complexere ritmes met wat licht symfonische toets- en gitaarklanken. Het titelnummer laat een lustig solerende Steve Howe horen, al ligt hier het 'neuzelgehalte' van het album 'Seraphim' weer enigszins op de loer. De gedachte aan zoetgevooisde Willem O'Duys muziek voor de zondagochtend doet dan weer opgeld. Een gevoel dat zich bij een aantal daaropvolgende tracks nog een aantal keren voordoet al is het thema in het lome 'Sonar Call' prachtig. Overigens steken 'Quantum Leap' - up tempo en relatief stevig - en 'Pied Piper' - lichte jazz-rock, al is het thema wat naïef en lullig - er nog bovenuit.
'Voyagers' refereert veel meer dan 'Seraphim' aan het solowerk van Steve Howe en kent een aantal piekmomenten daar waar jazz, new age en symfonische elementen elkaar raken. Op andere momenten dreigt het gevaar van 'easy listening' en zou vertoning als achtergrond in lift of supermarkt passend zijn. Maar alles overziende is dit een lekker album om op weg te dromen en houden de ritmes mij wakker. Bij het hierboven besproken 'Seraphim' lag ik al geruime tijd te snurken.
JoJo (03-2005)
Bezetting:Steve Howe - all guitars and basses
Paul Sutin - keyboards, programming
Mike Marshall - keyboards
Dylan Howe - drums
Discografie:Seraphim (1995)
Voyagers (2000)