Reviews L
Latte e Miele – Trilogy (2003)
(The Complete Works)
Label: Akarma
Bandsite: http://www.italianprog.com/a_lattemiele.htm
Duur: 43:06 + 83:28 + 43:28
Reviewer: JoJo
Waardering:
Passio Secundum Mattheum @
Papillon @ @
Aquile e Scoiattoli @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Akarma is een label dat sinds jaar en dag bekend staat om de heruitgaven van albums uit het verleden. De albums zijn meestal verpakt in opvallende maar grove hoeskartonnen. Op beurzen mogen Akarmabakken zich verheugen in een grote populariteit. Ik kan mij dat enerzijds wel voorstellen. De hier besproken trilogie van de Italiaanse symfoband Latte e Miele ziet er ondanks de grofheid aantrekkelijk uit, met in de verzameldoos een boekje en de drie albums ‘Passio Secundum Mattheum’ (1972), ‘Papillon’ (1973; hier als dubbelaar in de Engelse én Italiaanse versie) en ‘Aquile e Scoiattoli’ (1976), in hun originele hoezen en met drie bonustracks.
Anderzijds verbaas ik mij herhaaldelijk over de populariteit van de Akarma releases. Want de luisteraar wordt op ‘Trilogy’ c.q op het eerste album geconfronteerd met een matige geluidskwaliteit. Het is net of ik zit te luisteren naar een grijs gedraaide LP. Het kraakt en schelt in alle voegen en de verdenking rijst dat de LP één-op-één zonder wezenlijke tussenstap op disc is gezet. Het tweede en derde album klinken overigens geluidstechnisch beter. Akarma maakt op die wijze misbruik van de kooplust van de echte verzamelaar die maar wat graag die oude albums in huis heeft. Thuis wacht echter de tegenvaller. Hetgeen ik ook al ervoer met de Akarma uitgave ‘Arzachel’ van gelijknamige band.
En hoe zit het met de compositorische en muzikaal-technische kwaliteit? “Het is zeer wisselend” zal ik maar direct antwoorden, althans op de eerste twee albums. Latte e Miele is in mijn ogen een matige kopie van één van de beste zo niet de beste Italiaanse seventies band Premiata Forneria Marconi (PFM). Vanuit hun eclectische werkwijze en doorgeschoten klassieke engagement komt Latte e Miele op het debuut ‘Passio Secundum Mattheum’ tot pseudo-intellectuele muziek waarbij zowel de hoogdravende teksten, de fragmentarische composities maar ook de uitvoering als een omgevallen boekenkast overkomen. Men vertilt zich aan gedragen gesproken teksten en ‘over-the-top’ koorzang. Het schijnt dat het werk ooit is opgevoerd in het aangezicht van Paus Paulus VI in het theater van het Vaticaan. Misschien zegt dat genoeg. Valt er dan niets te genieten? Jawel. Zo is het altijd mooi om de mellotron te horen, is het toetsenspel technisch vaardig en staan op de albums aardige fragmenten. Zo klinken ‘I Testimoni’ en ‘Il Calvario’ op het debuut aanvaardbaar. De rest lijdt aan bovengenoemde kwalen. En is een aantal thema’s op ‘Papillon’ in de symfonische delen ‘Secundo Quadro: Il Mercata’ en ‘Settimo Quadro: Corri Nel Mondo’ best mooi. Met niet alleen referenties aan PFM maar ook aan ELP en het vroege King Crimson. Doordat het album iets minder theatraal overkomt scoort het over de gehele linie iets beter.
Op ‘Aquile e Scoiattoli’ staat de band nog meer met beide benen op de grond, is het gebodene aanmerkelijk minder hoogdravend en zijn de composities toegankelijker. Wellicht door de grotendeels andere bezetting. Zo vertrok toetsenist Oliviero Lacagnina omdat hij geen concessies aan de commercie wilde doen. Deze schijf bevalt mij verreweg het beste en met de commerciële beïnvloeding valt het wel mee. Bij het drieëntwintig minuten durende ‘Pavane’ is het goed vertoeven. De track biedt een staalkaart aan wat er op symfonisch gebied mogelijk is, met her en der wat jazzy accenten. Al zijn er wat gladde, gelickte elementen te ontwaren in de arrangementen. Wellicht bedoelde Lacagnina dat. Per saldo een goed en relatief rustig album waarop het lekker wegdromen is.
Wie zijn verzameling symfonische rock wil aanvullen met Latte e Miele en gaat voor muzikale kwaliteit raad ik aan om ‘Aquile e Scoiattoli’ als losse CD te bemachtigen. Wie gaat voor volledigheid en de aantrekkelijkheid van een box kan ‘Trilogy’ aanschaffen. Maar u bent gewaarschuwd!
JoJo (01-2006)
Bezetting:
Op ‘Passio Secundum Mattheum’ en ‘Papillon’:
Oliviero Lacagnina - keyboards, vocals
Marcello Giancarlo Dellacasa - guitar, bass, vocals
Alfio Vitanza - drums, flute, vocals
Op ‘Aquile e Scoiattoli’:
Mimmo Damiani - keyboards, guitar, vocals
Luciano Poltini - keyboards, vocals
Massimo Gori - bass, guitar, vocals
Alfio Vitanza - drums, acoustic guitar, vocals
Discografie:
Passio Secundum Mattheum (1972)
Papillon (1973)
Aquile e Scoiattoli (1976)
Live (1992; liveopnamen 1972)
Vampyrs (1992; liveopnamen 1974)
Reviews L
Tony Levin - Waters of Eden (2000)
Label: Narada
Bandsite: Papabear.com
Duur: 54:10
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
In de begeleidende tekst bij Waters of Eden schrijft bassist Tony Levin dat hij wist dat hij met iets bijzonders bezig was toen zijn schoonmoeder zijn studio betrad en hem vertelde 'how much she loved this music'. En, zo schrijft Levin, 'this is not the usual situation for a player involved in King Crimson's radically alternative experiments'. Hilarisch, maar zeker ook waar. Wat op deze schijf wordt geboden heeft weinig met King Crimson te maken, het sluit meer aan bij de world music albums van Peter Gabriel zoals 'The Last Temptation of Christ' en vormt een uitvergroting van de rustige nummers op Levin's andere solo-albums. Het is dan ook een ingetogen album geworden in de ambienttraditie, gecombineerd of aangevuld met elementen uit de jazz maar toch met name uit de klassieke muziek. Saint Saëns en Debussy zijn favorieten van Levin en dat is soms goed te horen. Dat de man nog tijd heeft voor het maken van kwalitatief hoogstaande solo-albums mag uitzonderlijk worden genoemd. Zijn werk met King Crimson, de hand en spandiensten bij Peter Gabriel en zijn vele sessiewerk en gastoptredens resulteren inmiddels in een schier oneindige activiteitenlijst die op zijn site kan worden geraadpleegd.
'Waters of Eden' is een zeer sterk album wat ik graag zal blijven draaien, vooral in de late uurtjes of na een vermoeiende dag. Er straalt rust van uit en het zet aan tot mijmeringen en dagdromen. Levin opent met het prachtige en dreigende 'Bone & Flesh' waarin de bansuri fluit van Steve Gorn de world music invloed van Gabriel vertaalt en de schitterende bas de juiste accenten legt. Zo ook in het klassiek getinte titelnummer waar Levin zelfs de cello tussen de benen neemt. Hoewel hij er in de hoestekst wat lacherig over spreekt, haalt hij prachtige romantische klanken uit de cello. Het gitaarwerk wordt hier verzorgd door het California Guitar Trio. 'Icarus' is een geweldig nummer dat herinnert aan de rustige stukken van Weather Report. Dat komt met name doordat het lijkt of Wayne Shorter sopraansax speelt. Het blijkt echter de virtuoze David Sancious te zijn die de 'virtual soprano' beroert: een digitale sax derhalve maar dat is nauwelijks waar te nemen. Wat verder opvalt in dit nummer en eigenljk op het gehele album is dat Jerry Marotta niet alleen in staat is om stevig drumwerk te laten horen zoals bij Gabriel maar ook het subtiele drum- en percussiespel goed in de vingers heeft. Ik had ook niet anders verwacht van deze grootheid.
'Gecko Walk' is helaas een minder nummer met een wat naïef thema. Een niemendalletje, hoewel het ritme aardig aangeeft hoe een gecko loopt. 'Belle' is een gloedvolle hommage van Tony en Pete Levin aan hun moeder. Het betreft slechts wat toetsen en bas zoals alleen Levin dat kan spelen. Hoewel het nummer erg easy listening is en daardoor 'op het randje', is het een integere lofzang. 'Pillar of Fire' klinkt meer als Peter Gabriel dan Gabriel zelf. Het is een door drums gedomineerd nummer dat het live goed zal doen denk ik. Als ik me niet vergis staat het ook op de in 2003 verschenen live dubbelaar 'Double Espresso'. 'Boulevard of Dreams' is weer een juweeltje waarin op zeer smaakvolle wijze jazz wordt gefuseerd met klassieke muziek en waarbij wegdromen de enige mogelijkheid is. 'Opal Road' gaat voort op dezelfde lijn en geeft Larry Fast de mogelijkheid te schitteren op de keys. De afsluiter 'Utopia' biedt 8 minuten progressive fusion. Het begint rustig met een rommelende en kabbelende bas, de voorbode van een Pink Floyd achtig vervolg. Mooi nummer dat iets korter had gekund omdat de aandacht enigszins verslapt. Het vormt echter een logisch einde van 'Waters of Eden'.
Tony Levin balanceert op dit album weliswaar af en toe op de rand van de easy listening waar vroeger Willem 'O Duys zo gek op was maar hij springt, door zijn vakmanschap en dat van zijn kompanen en door zijn progressieve bagage, steeds aan de goede kant van de rand af. Zijn schoonmoeder kan trots op hem zijn.
JoJo (2003)
Bezetting:
Tony Levin - bass, cello
Larry Fast - synths
Jerry Marotta - drums, percussion
David Sancious - piano, synths
Jeff Pevar - guitars
Pete Levin - synths
Steve Gorn - bansuri flute
David Torn - drum processing
Discografie:
World Diary (1995)
Waters of Eden (2000)
Pieces of the Sun (2001)
Double Espresso (2002)
Resonator (2006)
Reviews L
Liquid Scarlet – II (2005)
Label: Progress Records
Bandsite: www.liquidscarlet.com
Duur: 57:46
Reviewer: H. ‘JoJo’ de V.
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Het naamloze debuut van het Zweedse Liquid Scarlet pronkte in 2004 op mijn eindejaarslijst. Een geweldig album dat naar meer smaakte. En deze smaaktest kan nu uitgevoerd worden met opvolger ‘II’.
Het startschot vormt ‘Lines Are Drawn Again’, een in aanvang rustig op een pianothema gebaseerde song met breekbare zang van Markus Fagervall. Ingetogen, maar zoals het Scandinaviërs betaamt uiteindelijk resulterend in een climax vol gitaren en keyboards. Een veelbelovende opening gevolgd door het tien minuten durende ‘The Carafe (Part II)’. Waar zou part I toch uithangen? Een duidelijk door King Crimson geïnspireerd stuk met uiteraard mellotrons. Er zitten veel jazzakkoorden in deze song, de stem is hier krachtiger en lijkt erg op Gordon Haskell toen hij op ‘Lizard’ deel uitmaakte van King Crimson. Liquid Scarlet is echter niet in staat om mijn aandacht gevangen te houden. Delen van deze track zou ik willen bestempelen als muzikaal geneuzel en doelloos gepiel. Het nummer valt een aantal malen zelfs bijna stil en komt weer op gang met toch wel weer lekkere bombast. ‘The Marriage of Maria Braun’, gebaseerd op de gelijknamige film van Rainer Werner Fassbinder uit 1979, is een prachtig door een vioolensemble gedragen kleinood dat - hoewel de subtiliteit van het nummer anders doet vermoeden - toch gaat over oorlogs-verschrikkingen. Het negen minuten klokkende ‘Rhododendron’ heeft een mooi gezongen thema maar wordt na een minuut of vier fragmentarisch en springerig en geforceerd experimenteel. Bovendien ervaar ik ook hier het euvel van concentratieverlies, al doet de outro mij weer opveren door het gebruik van heerlijke mellotrons en de terugkeer van de zang.
Liquid Scarlet komt vervolgens met vijf tracks die gemiddeld vier minuten duren. Die maken duidelijk dat de band op dit album althans beter scoort in kortere songs, al is de zang in ‘Everywhere’ wel erg fragiel. Maar grosso modo blijf ik hier aandachtiger luisteren naar goed opgebouwde tracks met doorgaans mooie wat klassieke arrangementen. En bovenal: beduidend rustiger dan het gebodene op het debuutalbum, niet in de laatste plaats door het veelvuldig gebruik van ‘het strijkje’ bestaande uit cello en viool. Uitzondering vormt de platvloerse rock in ‘Killer Couple Strikes Again’, dat bovendien slecht wordt gezongen en is getooid met lullige keyboardsolo’s. Afsluiter ‘Lines’ is acceptabel maar kent eveneens de genoemde aandachtspunten. `
De smaaktest van ‘II’ leidt tot in verwarring zijnde smaakpapillen. Zij schieten door de wisselende kwaliteit van het album van zout naar zoet en dan weer naar zuur. Wat in ieder geval duidelijk wordt is dat Liquid Scarlet beter uit de verf komt met puntiger tracks en dat meer lengte hier leidt tot afhaken. Kortom, ik betwijfel of dit album in mijn lijst met de beste smaken van 2005 zal verschijnen want ik blijf een beetje ‘zuur’ kijken.
JoJo (11-2005)
Bezetting:
Markus Fagervall – voice, guitars
Olav Andersson – guitar, clarinet
Olle Sjögren – keyboards
Joel Lindberg – bass, additional keyboards
Johan Lundström – drums, percussion, voice, accordion, harmonica, acoustic guitar, keyboards, string arrangements
Discografie:
Liquid Scarlet (2004)
Killer Couple Strikes Again (2005, EP)
II (2005)