Reviews N
Negative Zone – Negative Zone (2005)
Label: Musea
Bandsite: negativezone.net
Duur: 45:45
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
De afstammelingen van Pink Floyd vallen, sinds de ouders het zelf wat rustiger aan doen, als rijpe maar soms ook als rotte appels van de boom. RPWL, House of Not, Timothy Pure zijn daar ‘bekende’ voorbeelden van aan de goede kant van de streep. Daarnaast kennen we de Floydcovers, die wat mij betreft per definitie te onpas verschijnen, o.a. van Transatlantic en Shadow Gallery. Ten slotte is daar het schaamteloos citeren van Floyd dat door sommigen tot kunst met een hele kleine ‘k’ is verheven. Een zonde waar zelfs Dream Theater zich op haar laatste dwaling aan waagt. En dan meldt zich nu het Franse Negative Zone aan het rose front.
Deze jongelingen komen uit Marseille en steken hun bewondering voor Floyd niet onder stoelen of banken. Het geheel ademt in veel akkoorden, tonen en effecten de psychedelische sfeer van Floyd uit maar zeker ook van andere bands uit de sixties en seventies zoals The Beatles in haar geestverruimende Sgt. Pepperspray periode en zelfs The Zombies ten tijde van het progressieve meesterwerk ‘Odyssey & Oracle’. Dit laatste hoor ik met name in de tracks ‘Cats’, ‘Farewell’, ‘Fly Away’ en ‘Island’. Een en ander gevoegd naast de eigenheid van Negative Zone, die vooral tot uiting komt in de smaakvolle arrangementen en in de vocale harmonieën met een licht maar niet hinderlijk Frans accent, maakt dit album goed te pruimen. Ondanks dat: het is wel wat veel Floyd.
‘Don’t Sleep Part 1’ en ‘Part 2’ zijn uitgesponnen tracks waarop het aangenaam wegdromen is en waar in het wat steviger deel ook het latere King Crimson doorklinkt. Al vraag ik mij ook hier af waarom je een geluidseffect naadloos laat klinken als een effect dat door Floyd al eens bedacht is en dat iedere zichzelf respecterende progliefhebber zo’n beetje kan dromen. Daar moet toch op eigen creativiteit meer of iets anders uit te halen zijn. Nu wekt het bij mij irritatie op. Een gevoel dat mij ook bekruipt in ‘Hold Out Your Hand’. Lekker sloom nummer inclusief door Nick Mason geïnspireerd drumwerk maar met meer durf had het een onsje of twee minder Floyd kunnen zijn. En dat gevoel zet zich door in de afsluitende nummers ‘Fairy Tales’ en ‘Negative Zone’. Waarmee het album overigens wat abrupt en niet gelukkig eindigt. Het is voor mij niet ‘rond’ en daar hou ik van: van een kop, een romp en een staart. Als men dàt nou eens had overgenomen van Floyd want die waren daar erg goed in.
Negative Zone is geenszins een rotte appel aan de Floydboom. Daarvoor zijn er voldoende andere invloeden te horen en heb ik mijzelf teveel vermaakt met dit debuut. Je voelt echter dat de band meer talent in haar mars heeft. Als men het in de toekomst aandurft om die eigen kwaliteiten meer ruimte te geven dan zal Floyd nog slechts op de achtergrond meespelen. De voorgrond zal dan bepaald worden door Negative Zone. Als men dat niet doet ben ik bang dat ook deze band snel in de vergetelheid zal raken. De voortekenen zijn overigens niet goed want platenlabel Musea grossiert al decennia in eendagsvliegen.
JoJo (11-2005)
Bezetting:
Cedric Cartaut - guitars, vocals
Bruno Ramousse - bass, vocals, flute
Manuel Santiago - guitars, keyboards
Fabrice Dimondo - drums
Discografie:
Negative Zone (2005)
Reviews N
New Niks - Penquin Village (2006)
Label: No Can Do Music
Bandsite: arendniks
Duur: 45:34
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
In al die jaren dat ik drummer en componist Arend Niks ken is hij doende met muziek. Op de middelbare school was al merkbaar dat hij muziek minstens zo belangrijk vond als de Stelling van Pythagoras. Speelde hij in die tijd - zoals te doen gebruikelijk bij jonge, beginnende muzikanten - in relatief onbekende bands in Schiedam en omgeving, na die tijd is zijn ster snel gerezen. Zo maakte hij vijfmaal zijn opwachting tijdens het North Sea Jazz Festival, drumde hij bij het geweldige Nenette et les Zezettes, werkte samen met muzikanten uit het Willem Breuker Kollektief, schreef en/of speelde hij voor Orkater, voor dansproducties van Scapino waaraan ook John Cale meewerkte en voor uiteenlopende televisie-, theater- en cabaretprogramma’s. Bovendien had hij diverse formaties waarmee hij inmiddels vier albums maakte. New Niks is zijn nieuwste project. ‘Penquin Village’ zijn vijfde album.
Als ik Niks hoor drummen verschijnt Bill Bruford op het net- en trommelvlies. Niet alleen de ‘touch’ van Niks maar ook de karakteristieke klank van zijn instrument - hard, hoekig, hoog - zijn voor die associatie verantwoordelijk. Toch doet hij mij ook aan Terry Bozzio denken door zijn vermogen om de percussie niet alleen begeleidend te gebruiken maar ook melodie te laten slaan. De muziek van New Niks op ‘Penquin Village’ is Zappaiaans door de complexiteit van de composities die met name tot uiting komt in rare maatvariaties en curieuze soms zelfs hilarische ‘breaks’. Maar ik hoor ook echo’s van Soft Machine en in de kortere tracks de cult-filmmuziek van John Zorn. En ook voor folk en ‘hot club’ draait men de hand niet om. Edoch, per saldo is het jazz(rock).
New Niks bestaat naast Niks uit een puik stel muzikanten. De viool van Jasper le Clercq gaat soms in positieve zin door merg en been maar weet ook subtiel en vaardig het sentiment te raken. Suntrop is op sologitaar weliswaar gedoseerd aanwezig - dat had wat mij betreft wat meer gemogen - maar tezamen met zijn smaakvolle, begeleidende werk wordt meer dan duidelijk dat we te maken hebben met een virtuoos. De elektrische piano van Hoorweg valt uit de composities niet weg te denken, is duidelijk beïnvloed door Herbie Hancock en Joe Zawinul en heeft veel ‘Canterbury’. Al vraag ik mij bij dat laatste af of jazzmusici dan direct weten wat ik bedoel.
Het album opent met het prachtige ‘Penquin Village’ met een Zorn-achtig sfeertje. De track is nogal ‘laid back’ en dat vind ik wat minder gelukkig om een album mee te openen. Op de compositie zelf is niets aan te merken. Wat volgt is over de gehele linie hoogstaand. ‘Earcatchers’ zijn het fenomenale ‘Stonehopping’ door zijn ingehouden swing, variatie en mooie pianosolo, het dromerige ‘Peinzen (Ruminating)’, ‘Hunger Sunday’ vanwege de sterke 'bas', het aanstekelijke ritme en de bijzondere opbouw, het licht experimentele ‘In Love on Planet Z*hogg/’ en afsluiter ‘Atlantis Mailman’ waarin men langs de rek van het elastiek van harde naar zachte passages en weer terug schiet. New Niks heeft met ‘Penquin Village’ een smaakvol en technisch hoogstaand jazz(rock) album afgeleverd dat eigenzinnig, eigenwijs, creatief en dus progressief is. Ik ken op dit moment geen band in Nederland die dat op deze intrigerende wijze doet.
JoJo (06-2006)
Bezetting:
Andreas Suntrop - electric guitar
Arend Niks - drums
Erwin Hoorweg - electric piano
Jasper le Clercq - violin
Discografie:
Niks at Hand (1993)
Future Museum (met Niks Project) (1998)
Tommorow’s Paper (met No Can Do) (2000)
Drummers Double Bill (2003)
Penquin Village (met New Niks) (2006)
Reviews N
Niacin - Time Crunch (2001)
Label: Magna Carta
Bandsite: www.niacinb3.com
Duur: 56:10
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
De eerste tour van Niacin in 1997 heette 'Blood, Sweat and Beers'. En dat lijkt mij een omschrijving die prima past bij de muziek, sound en sfeer van deze Amerikaanse band. Luisterend naar de door de Hammond B3 gedomineerde wervelwinden op deze schijf, zie ik rokerige zalen voor me waar zwaar zwetende fans heftig dansen op de aanstekelijke ritmes van Niacin. Een biertje mag daarbij niet ontbreken. Stilzitten is er dan ook niet bij tijdens de beluistering van Time Crunch. De ondertitel van dit werkstuk is immers niet voor niets 'Kick Ass Time', refererend aan het toonwiel van het Hammond Organ maar uiteraard ook aan het verzoek het zitvlak te verheffen. Sheehan, Novello en Chambers omschrijven hun muziek als een fusion van rock, jazz, prog, funk, soul en een snufje Motown. En die invloeden komen inderdaad in dansparade voorbij, waarbij ik zelf toch met name associaties hoor met Emerson, Lake and Palmer, The Nice, King Crimson en ook Brian Auger.
Time Crunch opent overweldigend met 'Elbow Grease' gevolgd door het titelnummer. Twee compositorisch sterke tracks waar Novello op een virtuoze wijze op zijn B3 soleert over de stevige funkritmes. Het basspel van Sheehan - die wij ook kennen van zijn project Nine Short Films met Terry Bozzio - is adembenemend. Zelden zulke snelle basloopjes gehoord. In 'Stone Face' neemt men enigszins gas terug al is de snelheidsvermindering maar relatief en waan ik mij iedere keer weer op 'Tarkus' van ELP. Een prachtig rustig intermezzo met synths en een rommelende bass vormen een kortstondige cesuur in deze track waarna men weer terugkeert naar het oorspronkelijke thema.
Ik heb een aversie tegen covers. Het voegt doorgaans weinig toe aan het origineel en dan luister ik liever daar naar. En als het wel iets toevoegt zie ik dat al snel als een verkrachting van de oorsprong. Het is ook nooit goed. Ook Niacin bezondigt zich op deze schijf aan een cover te weten 'Red' van King Crimson uit 1974. Toegegeven de heren weten er wel weg mee. Het staat als een huis en gelukkig laat men het origineel in tact maar het voegt inderdaad niets toe. Maar ik gun ze een speeltje. 'Invisible King' is een nummer dat niet zou misstaan op een album van Brian Auger met het in aanvang laid back orgelspel en een mooie jazzy pianopartij. Het vormt daardoor een welkom rustpunt op dit soms wat vermoeiende werkstuk. Het vervolg bestaat o.a. uit het funky 'Daddy Long Leg' waarin gitaar lijkt op te doemen maar waar nauwkeurige beluistering tot de conclusie leidt dat hier sprake is van een toetspartij. De techniek staat voor niets. Ondanks een tweede rustpunt via de easy listening van 'Glow' wervelt de CD naar het einde.
En daar ligt voor mij het kritiekpunt: het is vermoeiend om deze CD van begin tot einde te beluisteren - ondanks de door mij toegejuichte lengte van minder dan een uur - en het gaat op een gegeven moment wat op elkaar lijken. Het spelplezier van de heren, hun virtuositeit, de grandioze ritmetandem en natuurlijk het ongeëvenaarde geluid van de Hammond maken dit ten dele goed. Daardoor toch echter wat OJE-punten aftrek. Mocht echter de vraag bij u opkomen of dansen op prog mogelijk is: het antwoord is 'ja', probeert u het maar eens uit op een feestje met deze Time Crunch. It is Kick Ass Time !!
JoJo (2003)
Bezetting:
Billy Sheehan - bass
John Novello - hammond B3, piano, synths
Dennis Chambers - drums
Albums:
Niacin (1996)
Live (1997)
High Bias (1998)
Deep (2000)
Time Crunch (2001)
Organik (2005)
Reviews N
Nice Beaver - Oregon (2004)
Label: Cyclops
Bandsite: nicebeaver.nl
Duur: 66.30
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Voor mij ligt het in een vrolijke hoes getooide album 'Oregon' van de uit Papendrecht afkomstige band Nice Beaver. Volgens de bandsite refereert de naam 'Nice Beaver' aan een grap uit de film 'Naked Gun'. Een grap die duidelijk maakt dat situaties en gedrag van mensen soms anders in elkaar blijken te steken dan dat je hebt waargenomen maar dat in andere gevallen 'what you see is what you get' opgaat. Een constatering die mij vakmatig zeer aanspreekt. En een conclusie die ook geldt voor de doorgaans stevige progressieve rock die deze band laat horen. De muziek klinkt op het eerste gehoor relatief simpel, terwijl er op het tweede en derde gehoor allerlei verrassingen uit de kamers van het beverhol tevoorschijn komen.
Nice Beaver bezit de melodie en melancholie van Camel - met name door het aan Latimer verwante, excellente gitaarspel van Hans Gerritse - en de hoekigheid en onvoorspelbaarheid van Echolyn. Twee uitersten die in de zeer sterke opener 'Nights In Armour' vertegenwoordigd zijn. Twaalf minuten genieten van een perfect opgebouwde track waarin de band ondanks of misschien wel dankzij de vele wendingen en breaks een heerlijk progressief geheel weet neer te zetten. 'Earcatchers' zijn de Camelesque gitaarsolo, de geweldige jazzy electrische pianosolo en mooie synths van Erik Groeneweg maar helaas ook de wat dunne en met veel 'neusklank' doordrenkte zang van Gerritse. Het met krekels en Chinese klanken startende 'Morphine' is stevig en opzwepend met prima basspel van Peter Stel als basis en associeert vaak met Echolyn, een andere favoriet van mij. Ook hier vind ik de zang, in dit geval van Groeneweg meen ik, niet altijd even gelukkig. 'Any Other Day' vormt een relatief rustpunt en bezit een pakkend refrein dat snel in het hoofd blijft hangen. Ook hier laat Gerritse horen een prima gitarist te zijn.
De titeltrack bezit van die heerlijke dreigende synthesizers en hoekige ritmes en wordt gevolgd door het instrumentale 'The Beaver State'. Een 'laid back' track waarop heerlijk wegdromen op de gitaarklanken onvermijdelijk is. Het tien minuten durende 'Two Brides for Two Brothers' steekt prima in elkaar en de band sleurt mij mee van rustige passages, naar complexe elementen en weer terug. En dat geldt eveneens voor het afsluitende 'Lawn Mower's Day Off' - geweldige titel - waarin men alle progressieve registers opentrekt. Al geldt voor deze beide tracks helaas weer wat puntenaftrek voor de zang. Daar moet men echt aan gaan werken.
Nice Beaver verrast mij met 'Oregon'. Het is een band die muzikaal-technisch van hoog niveau is, compositorisch veel in haar mars heeft en van begin tot einde weet te boeien. Bevers zijn trouw en hebben de gewoonte lang op één plek te blijven wonen, generaties lang. Ik hoop dat Nice Beaver deze gewoonte overneemt en mij ook in de toekomst blijft verrassen met nieuw werk van hetzelfde hoge niveau.
JoJo (03-2005)
Bezetting:
Hans Gerritse - guitars, lead vocals, vocals
Ferry Zonneveld - drums, vocals
Peter Stel - bass guitars, vocals
Erik Groeneweg - lead vocals, keyboards
Discografie:
Nice Beaver (demo, 1999)
On Dry Land (2001)
Oregon (2004)
Reviews N
Nightingale - The Closing Chronicles (1996)
Label: Black Mark Productions
Bandsite: blackmark.net
Duur: 42:33
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Dan Swanö is de man achter Nightingale en inmiddels een bekende naam in de progmetalscene. Niet alleen door zijn betrokkenheid bij bands als Edge Of Sanity, Godsend en Bloodbath maar ook door zijn gastoptredens bij o.a. Ayreon en Within Temptation. Nightingale betreft zijn meest symfonische bezigheid en bestaat naast Swanö uit Tom Nouga die de bass, lead guitars en produktie voor zijn rekening neemt. Op dit album laat dit duo een behoorlijk eigen geluid horen dat ik niet zo snel kan vergelijken met andere bands in dit genre. En dat komt niet in de laatste plaats door het unieke, donkere en intrigerende stemgeluid van Swanö dat weliswaar weinig variatie kent maar steeds blijft boeien.
De in een open en heldere produktie gestoken tracks blijven snel hangen en nodigen uit tot vooral hard en uitbundig meezingen. Maar het zijn niet alleen de refreinen die kwaliteit hebben maar ook de muzikaal-technische uitvoering mag er zijn. Met uitzondering van de recht-toe-recht-aan rock in 'Steal the Moon', heb ik geen zwak nummer kunnen ontdekken. 'The Closing Chronicles' opent overweldigend en stevig met 'Deep Inside of Nowhere'. Men vervolgt met het wonderschone 'Revival' en met 'Thoughts from a Stolen Soul', twee nummers waarin een prima synergie plaatsvindt tussen metal en symfo. Via de prachtige ballad 'So Long (Still I Wonder)' - waarin wat voorzichtige referenties aan Gary Moore - en een letterlijk en figuurlijk 'Intermezzo' komen we terecht bij het in drie parts opgedeelde 'Alive Again'. In deze track worden wederom symfo, metal en zelfs wat folk in de Swano-mixer gegooid en springt part two 'Shadowland Revisited' eruit. Wat een sound en het staat als een huis. Part three vormt een psychedelisch en Floyd-achtige afsluiting van een sterk nummer en een uitstekend album.
Zijn er dan geen minpuntjes? Nightingale lijkt wat moeite te hebben met het vinden van een acceptabele eindbreak en misschien zegt dat wel iets over de integrale kwaliteit van de songstructuur. Een perfecte compositie kent immers een goede kop, romp en staart. Misschien hadden ze beter kunnen kiezen voor het wegfaden van de nummers, hoewel dat ook niet altijd goed uitpakt. Maar per saldo mag dat de pret niet drukken. Liefhebbers van progressive rock met een metalrandje kunnen 'The Closing Chronicles' blind aanschaffen. Succes verzekerd!
JoJo (2003)
Bezetting:
Dan Swanö - all vocals, keyboards, guitar, drums
Tom Nouga - bass, aditional rhythm guitar, lead guitar
Discografie:
The Breathing Shadow (1995)
The Closing Chronicles (The Breating Shadow Part II) (1996)
"I" (2000)
Alive Again (2003)
Reviews N
Nosound – Sol29 (2005)
Label: Nosound
Bandsite: www.nosound.net
Duur: 64:14
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
De Romeinse multi-intrumentalist Giancarlo Erra steekt zijn voorkeur voor Porcupine Tree en Tim Bowness’ No-Man niet onder stoelen of banken. Op de hoes van de autonome productie ‘Sol29’ is zelfs een ‘liefdesverklaring’ aan hun adres te lezen. Zijn goed verzorgde en overzichtelijke site toont mondelinge loftuitingen van Wilson en Bowness aan de eenmansband Nosound. Luisterend naar ‘Sol29’ ligt de vergelijking met beide bands voor het oprapen met een balans die door de atmosferische en landerige instrumentatie en transparante productie doorslaat naar No-Man.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik na de eerste luistersessies niet direct juichend in de tuin stond om mijn buren kond te doen van een geweldige aankoop. Ondanks een geluid dat door zijn helderheid de huiskamer inknalt en een niet te definiëren voorgevoel met Nosound misschien toch iets bijzonders in de hand te hebben. De reden voor mijn aanvankelijke twijfel lag in de vraag “Waarom een Nosound als er al een No-Man bestaat?” Na verloop van tijd is de twijfel grotendeels verdwenen. En dat komt doordat ‘Sol29’ een prachtige sfeer heeft met zijn weldadige instrumentatie, warme keys, zinderende ‘soundscapes’ en zijn beeldende huisje-boompje-beestje teksten. Zelfs de Italiaanse tongval, hoewel dat maar bij enkele Engelse woorden en dicties opvalt, kan ik Erra daardoor vergeven. Al vind ik dat hij daar wel aan moet werken.
Het album opent sterk en schatplichtig aan Wilson met ‘In The White Air’. Gegrondvest op een dominant ritme worden de keys geïntroduceerd waarin de mooie repeterende pianoakkoorden snel blijven hangen. De gitaarsolo op driekwart is echter te schel, iets te lang en erg overstuurd. Erra heeft een goed ontwikkeld gevoel voor het neerzetten van een door toetsen gespeelde akkoordenreeks en die te gebruiken als thema. Zo begint namelijk ook het intrigerende en ietwat mystieke ‘Wearing Lies On Your Lips’. Dat themaatje blijft maar doorzingen in het hoofd en dat vind ik altijd een te benijden compositorische kwaliteit. De drie instrumentale tracks ‘The Child’s Game’, ‘Waves of Time’ en het titelnummer vertrekken vanuit een Brian Eno achtige ambiance die langzamerhand wordt ingericht met drums, gitaar, allerlei ‘digitaliteiten’ en een doorgaans goede melodielijn. Een uitschieter is ‘The Moment She Knew’. De begeleidende foto van dat meisje met rugzak, eenzaam turend over een nachtelijke jachthaven, is in combinatie met de titel van de track zeer associatief. De track zelf is eveneens wonderschoon en kent sterke gitaarpartijen met Wilson- en Gilmourkenmerken. Per saldo gelden deze pluspunten ook voor het met akoestische gitaar beginnende en met digitale mellotron gevulde ‘Overloaded’, het melancholische ‘The Broken Parts’, het bezwerende ‘Idle End’ en het toch niet zo optimistische met slide guitar gespeelde ‘Hope For The Future’.
‘Sol29’ is een prima album van een uitstekende artiest met smaakvolle, atmosferische en soms heerlijk zwaarmoedige muziek. Ik schreef hierboven “de twijfel is grotendeels verdwenen”. Dus nog niet helemaal. Maar als Giancarlo Erra zich verder ontwikkeld en meer eigenheid weet te brengen in Nosound, zal het laatste restje twijfel als sneeuw voor de zon verdwijnen.
JoJo (06-2006)
Bezetting:
Giancarlo Erra – all guitars, all keyboards, all vocals
Alessandro Luci – some bass on some tracks
Discografie:
Radici (1998)
Maslova (EP, 2001)
Waves on Russia (2002)
Sol29 (2005)
The World is Outside (Live DVD, 2006)