Reviews T
Ty Tabor – Rock Garden (2006)
Label: Inside Out Music
Bandsite: www.tytabor.net
Duur: 45:58
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Het lijkt wel alsof men in de hardere regionen van de progrock wedijvert in het verkrijgen van de prijs voor de meest afzichtelijke hoes. Schreef ik bij de laatste Sherinian (zie Reviews S) al over een aaneenschakeling van gemeenplaatsen, de hoes van ‘Rock Garden’ van Ty Tabor is typografisch en ontwerptechnisch een gedrocht. Slechter en lelijker kan bijna niet. Dit geldt echter geenszins voor de muziek. Dit derde solowerk van Tabor bevat rock op een stevig fundament, met een progressieve ondertoon en veel Beatle-invloeden in de composities en vooral ook in de (samen)zang waarin hij neigt naar Lennon. En soms ontwaar ik in zijn klank en dictie ook een ander idool van Tabor: Alice Cooper. Verwacht geen geweld à la Platypus of King’s X – respectievelijk de vroegere en huidige werkgever van deze klassegitarist – want daar is op deze relatief ingetogen schijf weinig van terug te vinden. De meeste associaties heb ik nog met The Jelly Jam, het prima project waar hij ook al twee albums deel van uitmaakt.
Tabor kiest voor melodie en voor een traditionele songopbouw en dat levert een heerlijk album op dat heel sterk aftrapt met ‘Ride’. Zo’n track waarvan je de refreinen na beluistering de gehele dag niet meer uit het hoofd krijgt, als je dat al zou willen, en het ritme aanstekelijk werkt. Het laatste deel van de track kent van die lekkere rinkelende en tinkelende akkoorden van de rhythm guitar waaroverheen Tabor uitbundig soleert. Deze karakteristiek geldt tevens voor ‘I Know What I’m Missing’ - waar Tabor volgens mij te laag inzet met zijn stem - voor de ballade ‘Beautiful Sky’ en voor ‘Afraid’ met een heerlijke naar George Harrison verwijzende ‘slide’. ”Mensen zijn niet bang, ze leren bang te zijn”, zingt Tabor. Zo is het. Uitschieter vind ik het agressieve ‘Play’ dat een progressieve boventoon heeft vanwege het bescheiden experiment en de complexe meerlagige structuur. Progressief en dat terwijl er op het gehele album geen toetsen worden gebruikt. Ik mis ze ook geen moment. Deze loftuitingen gelden ook voor de overige vijf tracks. Die zijn in de goede zin van het woord meer van hetzelfde. Met uitzondering dan van de matige track ‘She’s A Tree’ met een enigszins lachwekkende tekst - je zal je vriendin maar vergelijken met een boom - maar met name vanwege de oppervlakkigheid en naar ‘middle-of-the road’ neigend gemak.
Tabor is een artiest die naast zijn begenadigde kwaliteiten als gitarist de kunst van het ‘songwriten’ uitstekend beheerst. Tijdens een eventuele zoektocht naar melodieuze rock met enige diepgang kan ‘Rock Garden’ dan ook met een gerust hart worden aangeschaft. Leg wel de hoes consequent uit het zicht. Dan bezwaart die visuele ergernis het luisterplezier tenminste niet.
JoJo (08-2006)
Bezetting:
Ty Tabor - guitars, bass, vocals and background vocals
Jerry Gaskill - drums
Wally Farkus - some lead and rhythm guitars
Christian Nesmith - bass, background vocals
Discografie:
Moonflower Lane (1998)
Safety (2002)
Rock Garden (2006)
Reviews T
Tiles - Fence the Clear (1997)
Label: Inside Out Music
Bandsite: Tiles
Duur: 57:42
Recensent: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
De superlatieven voor de progressieve rockband Tiles zijn immens. Ian Anderson van Jethro Tull noemt hen "...one of the brighter hopes for the musical millennium". En Mike Portnoy van Dream Theater stelt over 'Presents of Mind', hun meest recente werkstuk, "It's the CD I've been waiting for Rush to make in recent years". Zijn deze loftuitingen terecht of wordt de lat te hoog gelegd voor deze band uit Detroit? Ik zal proberen een voorlopig antwoord te geven aan de hand van hun vorige studio-album 'Fence the Clear' uit alweer 1997.
Toen ik dit album de eerste malen beluisterde was ik enigszins teleurgesteld omdat ik niet los kon komen van de gedachte dat ik naar een tweede Rush zat te luisteren. Niet zozeer door de zang, want de stem van de prima zanger Paul Rarick heeft een andere aanzet en beweegt zich op een andere toonhoogte dan die van Geddy Lee. De overeenkomst met Rush zit met name in de synergie tussen de gitaar en de ritmesectie: hoekige ritmes met die typische breaks waar de gitaar in meegaat – of andersom desgewenst – soms gelardeerd met begeleidende accenten van de keyboards. Een werkwijze die Rush ook bijna altijd volgt. Samenwerking met de Rush-producer/engineer Terry Brown doopte vervolgens ook het geluid van deze schijf in een Rush-saus. Maar gaandeweg is het mij gelukt om op 'Fence the Clear' de Tiles-eigen elementen te vinden.
Bij het doorgronden van een album let ik meestal pas in tweede of latere instantie op de teksten. Primair staat voor mij de muziek. Hoewel dat ook hier gold, vielen de teksten van Chris Herin mij snel op. De wijze waarop zij de mens in deze complexe maatschappij centraal stellen, spreekt mij zeer aan. Zonder nu direct Tiles neer te zetten als een maatschappijkritische band, blijkt wel dat zij verder kijken dan hun neus lang is en zich niet uitsluitend verlaten op de meer filosofisch en mythologisch getinte teksten zoals die gewoon zijn in het progressieve en symfonische muzieksegment. "Politicians voting for bureaucracy, with no regard for you or me", een zin uit de track 'Beneath the Surface', is mij dan ook uit het hart gegrepen en doet kond van een blijkbaar universele frustratie. Het beeld dat de gewone burgers slechts de stukken en dan met name de pionnen op het schaakbord van de macht zijn, is dan ook een veelgebruikte en rake metafoor in de teksten van Tiles.
De composities op 'Fence the Clear' zijn allen sterk te noemen. Goede melodieën, krachtig en technisch hoogstaand spel waarin het samenspel belangrijker blijkt dan de individuele solo's want die zijn hier op één hand te tellen. Een aantal tracks springt in het oog. Zo is daar 'Cactus Valley'. Een prachtig nummer met een intro waarbij je je in de zinderende hitte van de vallei waant. De meer hard rock georiënteerde en gezongen passages in dit nummer worden smaakvol afgewisseld met onverwachte breaks en vreemde instrumentale wendingen. 'The Wading Pool' vormt een indrukwekkend rustpunt op 'Fence the Clear'. De akoestische gitaar van Chris Herin speelt een voorname en subtiele rol en de sterke zang van Rarick roept herinneringen op aan David Byron van Uriah Heep. 'Changing the Guard' begint zeer symfonisch met mandolineklanken en mooie ondersteunende arrangementen van de synthesizers. Het refrein is sterk en kent meerdere lagen. Niet gemakkelijk om te zingen maar Rarick redt zich met verve. Absoluut hoogtepunt is het afsluitende en bijna 15 minuten durende 'Checkerboards'. Tiles leeft zich hier volledig uit en laat alles aan bod komen: hard rock, symfonische passages, complexe ritmes en breaks. En refererend aan een eerdere opmerking over de burgers als pionnen op het schaakbord, sluit men af met de dramatische tekst 'We don't know we're losing. Euphoric we're choosing, falling of the checkerboard'. Geen optimistisch perspectief voor de mens. Laat mij in die prognose dan maar en desnoods een simpel pionnetje blijven.
Na aanvankelijke twijfel gezien de Rush-associatie, heeft Tiles mij na verloop van tijd weten te overtuigen. Men bezit teveel eigenheid om ze te etiketteren als de zoveelste Rush-imitatie. Het zijn met name de diepgang in de teksten en de complexiteit van de composities die Tiles op basis van 'Fence the Clear' voorlopig een eigen plaats geven in de progressieve rock. De definitieve positionering zal ik op een later moment geven na beluistering van hun nieuwste werk. Tot dan vermaak ik mij zeer met dit in een prachtige hoes gestoken album.
JoJo (1-2004)
Bezetting:
Mark Evans - drums, percussion
Chris Herin - electric and acoustic guitars, mandolin, keyboards
Paul Rarick - lead and backing vocals
Jeff Whittle - bass guitar
Discografie:
Tiles (1994)
Fence the Clear (1997)
Presents of Mind (1999)
Presence in Europe (1999)
Board Tape-Live Bootleg Collection (2000)
Reviews T
Tool – 10.000 Days (2006)
Label: Sony
Bandsite: www.toolband.com
Duur: 75:52
Recensent: JoJo
Waardering: @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Als ProgLog AFTERglow ervoor zou kiezen om reviews een titel mee te geven, dan zou de titel boven deze recensie van ‘10.000 Days’ van Tool zijn geweest ‘Lamlendig’. Een woord met verschillende betekenissen. “Zwak, slap in de lenden”, zegt ons aller woordenboek. Het grote boek geeft ook als inhoud “futloos, lui”. En dat dekt de lading. Een futloos en slaapverwekkend album dat zich vijfenzeventig minuten lang voortsleept en slechts een paar wakkere momenten kent. En dat mag toch curieus genoemd worden voor een band in het idioom van de progmetal. Een particulier criterium bij de beoordeling van albums is of ik mij nog tracks kan herinneren en of ik de gedachte heb “ik ga nu nummer zes opzetten want dat stuk vind ik geweldig”. Op geen enkel moment, na een integrale draaibeurt of negen, heeft deze vrolijke en inspirerende gedachte zich voorgedaan.
Het album vertrekt met ‘Vicarious’ en ‘Jambi’. Al direct twee dieptepunten, waarbij ik het geweldige ‘Lateralus’ uit 2001 als referentiemoment neem. Wat een eendimensionale, simpele en Tool onwaardige composities die bovendien qua basisritme, gelegd door drums en bas, wel erg op elkaar lijken. Het geeuwen kan beginnen. De slaap ligt op de loer bij de twee volgende stukken ‘Wings for Marie (Part 1)’ en ’10.000 Days (Wings Part 2)’ die per saldo een integraal nummer vormen. In ‘Part 1’moet ik mij eerst een minuut of zes door een zich nauwelijks ontwikkelend en door tokkelende gitaar en zweefstem gedomineerd psychedelisch thema heen worstelen. Waarbij opvalt, en dat is niet alleen hier zo, dat de zang van Maynard James Keenan in een significant aantal passages slecht te verstaan valt. ‘Part 2’ zet vervolgens nog eens ruim vijf minuten de saaie traditie van het eerste deel voort. Je zou het ook positief kunnen bekijken en stellen dat de ondraaglijke lamlendigheid goed de 10.000 dagen verlamming van de moeder van Keenan weergeeft. Het woordenboek geeft immers ook als betekenis ‘slap in de lenden’…… Daarna veert het nummer enigszins op maar wordt nergens spannend en onverwacht, al is de gitaarsolo van Adam Jones erg goed. De aanslag, het geluid en de vibrato doen mij denken aan Steve Wilson van Porcupine Tree. ‘The Pot’ is een niet bijster bijzonder hardrock nummer met een gemakkelijke riff.
Volledig uit de lucht vallend en niet te plaatsen exotisch gezang in ‘Lipan Conjuring’ vormt de overgang naar het ook al weinig spannende - het album zakt nu echt in - ‘Lost Keys (Blame Hofmann)’. Hier moet wel een pluim worden gegeven aan het mooie en langdurige ‘sustain’ dat gitarist Jones fabriceert. ‘Rosetta Stoned’- leuke titel - is het tweede lange nummer. Een matige compositie, slechts in flarden te verstaan, die enigszins overeind blijft door de effecten die de gitaar veroorzaakt en door een aantal onverwachte breaks en wendingen. Hier dus iets meer spanning. ‘Intension’ is ook al zo’n onbeduidend stuk waarbij het thema mij erg doet denken aan een thema van The Cure op ‘Seventeen Seconds’. ‘Right in Two’ is een hardrock niemendalletje. Het album sluit af met een geluidseffect getiteld ‘Viginti Tres’.
En dan de hoes. Die is natuurlijk uniek, opvallend en begerenswaardig met die stereoscopische bril waarmee de hoesplaatjes kunnen worden bekeken. Zo’n hoes willen mensen zelfs hebben als zij Tool niet eens kennen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de afbeeldingen mooier vind zonder gebruik van de bril dan met. Toen men nog dacht dat de maan onbereikbaar was en de gletsjers onsmeltbaar, zal steroscopie een visueel wonder zijn geweest. In het huidige tijdsgewricht is dat toch nauwelijks meer een sensatie te noemen. Hoogstens in de ondoordringbare oerwouden van Borneo zou de bril nog verwondering wekken. Maar, ik geef toe, in commercieel opzicht een ‘eye-catcher’. In ieder geval is de muziek op ’10.000 Days’ niet sensationeel maar matig. Daar heb ik geen bril voor nodig.
JoJo (05-2006)
Bezetting:
Maynard James Keenan - zang
Adam Jones - gitaar
Justin Chancellor - bas
Danny Carey - drums
Discografie:
Opiate (1992)
Undertow (1993)
Ænima (1996)
Lateralus (2001)
10.000 Days (2006)