Reviews W
Robert Walter's 20th Congress -
Giving up the Ghost (2003)
Label: Magnatude Records
Bandsite: 20 thcongress.com
Duur: 56:15
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
'Robert Walter's 20th Congress'. Het lijkt de aankondiging voor een bijeenkomst van een Amerikaanse politicus, maar het betreft hier de band van de virtuoze hammond organist Robert Walter. In Europa een nog relatief onbekende artiest maar in de States inmiddels doorgedrongen tot de subtop van de progressive jazz-rock. De uit San Diego afkomstige toetsenist groeide op met de blues van Booker T & the MG's en Ramsey Lewis en raakte daarna geïnteresseerd in soul en electronic punk. Toen hij de jazz en jazz-rock uit de jaren 60 en 70 ontdekte, smolt hij al die invloeden aaneen tot een soort groove jazz-rock die vergelijkbaar is met wat Brian Auger deed en doet met zijn Oblivion Express. Een uitgangspunt van Walter is nieuwe elementen toevoegen aan 'oude' muziek en oude elementen toevoegen aan 'nieuwe' muziek en hij houdt van experimenteren. Composities ontstaan bij hem dan ook door langdurige improvisaties in de studio en tijdens live optredens. Thema's die op die wijze opborrelen worden vastgelegd in notenschrift en later uitgewerkt. Natuurlijk geen unieke maar wel een interessante werkwijze omdat veel tot stand komt op basis van gevoel. En dat is goed te merken.
Voor wie van hoekige ritmes ('hooks') houdt en van dansbare jazz-rock is 'Giving up the Ghost' een aanrader. Het is een album dat zich leent voor beluistering in de luie stoel maar feestgangers kunnen zich er ook uitstekend mee vermaken. Er gebeurt veel op dit album, niet in de laatste plaats door de creatieve manier van musiceren van deze jonge muzikanten en door de daaraan gekoppelde durf om verschillende muziekstijlen op een gewaagde manier in een track te verwerken. Het album opent sterk met 'Glassy Winged Sharp Shooter' waarbij de bass en drums heftig inwerken op het onderlichaam en de sterke sax van Gastelum de melodie bepaalt. Walter maakt hier indruk op de electrische fender rhodes piano. 'Aquafresh' is een nummer in de Brian Augertraditie met het heerlijke geluid van de hammond organ en een jazzgroove die in het hoofd blijft zitten. Knap wordt er gemusiceerd in één van de betere tracks 'Convex + Concave'. Het ritme kan zo mee in de 'house' en 'dance', de blaasarrangementen roepen herinnering op aan Weather Report en er sijpelen naar mijn gevoel invloeden van Happy the Man door. Bij 'Circle Limit' gaan mijn gedachten uit naar de fusionband United Future Organisation, vooral door de wijze waarop Walter loos gaat op de electrische piano en zijn pianogeluiden moduleert. 'Bygones Be' is een rustpunt met mooi dwarsfluitspel van wederom Gastelum en Walter is, zowel in de ingehouden solo als in de begeleiding, een verademing.
In 'Dump Truck' stijgt men tot grote hoogte. Een weergaloze en experimentele fusion van rock, blues en jazz terwijl de gitaarsolo van Will Bernard door Lowell George van Little Feat gespeeld zou kunnen zijn. De tracks 'Easy Virtue', 'Clear All Wires', 'Giving up the Ghost', 'Bet' en 'Underbrush' zitten allen in het segment van de groove jazz, zijn wellicht wat eenvormig maar maken toch indruk door de sterke thema's die goed blijven hangen en de knappe solo's van met name Walter en ontdekking Gastelum. Het zeven minuten durende 'Sacred Secret' licht ik er nog even uit. Hoewel het niet als live nummer wordt vermeld is er in ieder geval in fragmenten sprake van. 20th Congress klinkt live toch net even anders. Het is een up-tempo feestnummer dat enigszins – met name door de energieke manier van spelen en natuurlijk door het hammond organ – in de buurt komt van Niacin. Al zijn de heren van Niacin net even wat meer getekend door levens- en speelervaring dan de jonkies van 20th Congress.
Naast de karige hoes is een minpunt van dit album het drumspel. Hoewel Sluppick en Russo het klappen van de zweep kennen en een voorname rol spelen, zijn de drums wat klinisch geproduceerd waardoor het soms ten onrechte lijkt alsof er sprake is van een drumcomputer. Maar dat drukt de pret niet. 'Giving up the Ghost' is zeer regelmatig te vinden onder mijn laserstraal. Een heerlijk album waarbij de durf en creativiteit van Walter en zijn jonge honden opvallen. Het smaakt wat mij betreft naar meer. Als u uw eigen mening wilt vormen over deze muziek, kunt u een indruk krijgen via de downloads op de site van Robert Walter's 20th Congress. JoJo (1-2004)
Bezetting:
Robert Walter - hammond organ, fender rhodes piano, synths, samples, programs, effects
Cochemea Gastelum - alto sax, amplified alto sax, flute, bass clarinet, effects
Will Bernard - guitar
Chuck Prada - percussion
Joe Russo - drums
George Sluppick - drums
Chris Stillwell - bass
Mike Frantantuno - bass
Discografie:
Spirit of '70 (1996)
Health and Fitness (1999)
Money Shot (2000)
There Goes The Neighborhood (2001)
Giving up the Ghost (2003)
Super Heavy Organ (2006)
Reviews W
The Watch - Vacuum (2004)
Label: Lizard
Bandsite: Thewatch.it
Duur: 48:04
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ @ (max. score JoJo's)
Ik heb het niet zo op muzikale 'lookalikes'. Het is de materialisatie van de posters van Fish of Pink Floyd die aan de muur hangen van de tienerkamer. Hoewel het proberen te benaderen van je idolen een bepaalde passie uitstraalt die aandoenlijk is, vind ik de meeste pogingen naïef en niet geslaagd en bekruipt mij regelmatig het gevoel "bedenk zelf eens wat". Voorbeelden van bands waarbij dat gevoel zich voordoet zijn Ad Infinitum (Yes), Crucible (Genesis), Periferia del Mondo (PFM) en Simon Says (Genesis) en aan dat rijtje zouden er moeiteloos nog een aantal aan kunnen worden toegevoegd.
De Italianen van The Watch zijn hierop echter een grote uitzondering. Hoewel ook hun bronnen van invloed overduidelijk zijn - Genesis en Peter Gabriel - weten zij echter iets eigens aan de tracks en de sound toe te voegen waardoor ik het direct herken. Bovendien zijn de composities sterk en zit het muzikaal-technisch perfect in elkaar. Dat heeft er toe geleid dat het gevoel van lichte irritatie over het gebrek aan originaliteit zich slechts voordeed - en dan ook nog sporadisch - bij hun eersteling 'Twilight', die zij nog uitbrachten onder de naam The Nightwatch. Maar reeds daar openbaarde zich de hoge kwaliteit van de heren. Hetgeen zich voortzette in het schitterende album 'Ghosts'.
De ontwikkeling van de band heeft niet stilgestaan getuige hun nieuweling 'Vacuum'. Wat voorligt is een indrukwekkend album dat bol staat van de prachtige toetsen van Taglioni die immens en vol de oren binnenkomen, van de wervelende en goed geplaatste drums van Leoni en de typerende stem van Rossetti, de drijvende kracht achter The Watch. Een en ander gelardeerd met smaakvolle gitaarpartijen en dwarsfluit. Bovendien is Rossetti gelukkig ook nog gezegend met een redelijk tot goede uitspraak van het Engels, hetgeen niet van alle mediterrane zangers kan worden gezegd. De ontwikkeling van de band komt tot uiting in het feit dat de toetsen een nog belangrijker rol zijn gaan spelen, er meer rustpunten zijn toegevoegd en men tegelijkertijd wat hardere accenten heeft gelegd o.a. in het tien minuten durende titelnummer 'Vacuum'. Ondanks ook nu weer wat personele wisselingen, zijn de bandleden prima op elkaar ingespeeld en tonen zij een bepaalde 'losheid' en durf in het spel. Ze kennen elkaar blijkbaar goed want pas dan ben je in staat om durf te laten zien.
Bij de bespreking van de negen tracks (al staan er acht op de goed verzorgde hoes vermeld) weet ik eigenlijk niet waar te beginnen. Als ik er tracks uit zou lichten, doe ik andere hoogwaardige nummers tekort. Maar vooruit. 'Damage Mode' blijf ik maar draaien. Een prachtige melodielijn, een sterke opbouw en mysterieuze synths. De derde track 'Wonderland' zit vernuftig in elkaar en wordt ondersteund door mooie mellotrons. En 'Shining Bald Heads' leidt bij mij door de symfonische grandeur aan het einde tot kippenvel. In het titelnummer tenslotte trekt men alle symfonische registers open en toont men het gehele spectrum aan kwaliteiten. Een reprise van het intro 'Hills' en de daaraan gekoppelde wegstervende geluiden aan het einde vormen een waardige afsluiting en maken het album 'rond'. De aantrekkelijke lengte van 48 minuten draagt daar ook aan bij want dat stelt mij beter in staat het als een geheel te ervaren. Zijn er dan geen minpunten? Misschien één. De (samen)zang in 'Goddess' lijkt niet altijd even zuiver, maar ik sluit niet uit dat er opzet in het uitmuntende spel is.
'Vacuum' is een intrigerend en wat mij betreft emotief album. Het laat horen hoe mooi symfonische muziek kan zijn. Het laat voelen dat de onderbuik niet alleen geraakt kan worden - zoals zo vaak wordt gedacht - door dansritmes maar ook door melodielijnen en goed doordachte arrangementen. Zoals gezegd heb ik bij muzikale 'lookalikes' vaak het gevoel "bedenk zelf eens wat", bij The Watch hoop ik echter "blijf dit bedenken a.u.b.".
JoJo (11-2004)
Bezetting:
Simone Rossetti - vocals, flute, dtambou, atmospheres
Ettore Salati - electric, acoustic and 12-string guitars, bass pedals
Roberto Leoni - drums, percussion
Marco Schembri - bass guitars, electric and acoustic guitars
Sergio Taglioni - piano, mellotron, organ, moogs, synths
Discografie:
Twilight (1997/als The Nightwatch)
Ghosts (2001)
Vacuum (2004)
Reviews W
Weltraumstaunen - Weltraumstaunen (2001)
Label: Nasoni Records
Bandsite: Weltraumstaunen.de
Duur: 47:51 (excl. 'ghost track')
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Om het beeld van de Duitse psychedelische- en spacerock scène nog iets scherper te stellen wil ik hier aandacht besteden aan Weltraumstaunen, een studioproject van Dave Schmidt uit 2001. Voor wat achtergronden van deze scène verwijs ik naar recensies van Sula Bassana en de band Vibravoid (zie reviews onder 'S' en 'V'). Kort door de bocht worden deze artiesten en bands sterk beïnvloed door Gong en door Pink Floyd in hun beginjaren, maar weten zij een significant eigen geluid en persoonlijke toets toe te voegen. Dat laatste geldt helaas slechts ten dele voor Weltraumstaunen. Bovendien ligt het geluid en de stijl van deze band in een aantal tracks wat meer in de richting van de solo-albums van ex-Gonglid Steve Hillage.
Associaties met Hillage maar ook met Ozric Tentacles doen met name opgeld in de eerste tracks 'Pollenflug' en 'Clockline'. Geen schokkende maar prima en lekker in het gehoor liggende up-tempo en gitaargedomineerde spacesongs. De voeten en handen gaan al gauw meebewegen op de pakkende ritmes. De volgende twee composities zijn echter doordrenkt met Pink Floyd ten tijde van 'Meddle'. 'Kraut' vind ik op zichzelf heerlijk klinken, al zijn de typische en voor iedere progressieve rockliefhebber bekende 'Echoes-piepjes' schaamteloos als uitgangspunt genomen. Hoewel ik moet toegeven dat de leden van Weltraumstaunen vaardig met dat uitgangspunt spelen en jongleren.
Het ruim 21 minuten durende en volgens mij met name door improvisatie tot stand gekomen 'Astonished ….. Like the Universe', is lekker freaky en experimenteel. Het plezier dat men had tijdens het maken van deze track spettert er weliswaar af, maar er had wat mij betreft een overdosis minder Floyd in gemogen. Zelfs de ritmes komen bijna naadloos uit 'Echoes'. Het album sluit af met het curieuze 'Last Flight', waar vreemde stemmen en geluiden mij meevoeren naar de weldadige stilte die volgt. Geheel in stijl volgt na 19 minuten absolute stilte nog een 'ghost track' c.q. wat 'ghost noises'.
Zaken in retrospectief zetten kan prima zijn op zijn tijd, maar wat ik waardeer bij bijvoorbeeld Vibravoid is dat die band daar iets eigens aan toevoegt. Wat Dave Schmidt ook goed lukt bij Sula Bassana. Maar hier gebeurt dat veel te weinig. Wat resteert is de indruk dat een significant deel van de tracks net zo goed demo's of studioprobeersels van de echte Floyd hadden kunnen zijn. Van die verloren gewaande tapes die jaren nadien in de krochten van The Abbey Road Studios worden gevonden. Ik zou het nog hebben geloofd ook en dat is op zichzelf een kwaliteit. De band haalt hier weliswaar een voldoende, maar Dave Schmidt cs. kunnen meer. Helaas laten ze dat te weinig horen op het overigens in een mooie en treffende hoes gestoken 'Weltraumstaunen'. JoJo (8-2004)
Bezetting:
Dave Schmidt - guitars, bass, synthesizer, organ, drumprogramming, drums and voices
Andy Heinrich - vocals, guitars, drums, organ, synthesizer and sounds
Silk Heinrich - bass and vocals
Discografie:
Weltraumstaunen (LP 1999/CD 2001)
Weltraumwelt (LP 2004)
Reviews W
White Willow - Storm Season (2004)
Label: The Laser's Edge
Bandsite: Whitewillow.net
Duur: 47:24
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ (uit max. 5 JoJo's)
White Willow kon een potje bij mij breken. Ondanks het feit dat men het niveau van het debuut 'Ignis Fatuus' op de vervolgalbums niet altijd haalde, werden de schijven frequent beluisterd. De donkere muziek waarin de poolnacht schemert en waarin slechts af en toe een straaltje midzomernacht doorbreekt, raakte mij - zelfs bij de wat mindere werkstukken - keer op keer. Ik kon mij laven aan de weldadige somberheid en werd daar paradoxaal genoeg soms nog vrolijk van ook. Maar het potje is door 'Storm Season' nu echt uiteengevallen in duizend stukken en hoogstwaarschijnlijk slechts nog met moeite te restaureren. Wat is er dan mis met dit laatste wapenfeit?
Wat bij White Willow altijd hoog scoorde waren de prima composities, de prachtige mellotrons die bij uitstek geschikt zijn om Scandinavische sferen te verbeelden, de afwisseling tussen de tracks, de verrassingen in de nummers en 'last but not least' de muzikaal-technische kwaliteiten van Jacob Holm-Lupo en consorten. De hoge scores op deze onderdelen worden op het wat meer door gitaren gedomineerde 'Storm Season' soms maar vaker niet gehaald. En dat zit met name in de eenvormigheid van de tracks en de twijfelachtige kwaliteit van de zangeres. Sylvia Erichsen zingt in het hoog uitermate geknepen en onzuiver. Luister maar eens naar haar stem in de compositorisch acceptabele openingstrack 'Chemical Sunset'. Ik heb gelukkig geen hond maar als ik er een had dan zou hij jankend en in overspannen toestand het pand verlaten. In combinatie met bepaalde arrangementen, zoals in 'Soulburn', zit de zang wat mij betreft zelfs in de valse regionen. In ieder geval is de 'match' en de synergie afwezig tussen de toetsen en gitaren enerzijds en de vocalen anderzijds.
'Sally Left' is een redelijk maar in de White Willow catalogus niet bijster origineel nummer waarin de viool mooi klinkt, de mellotrons dreigend ondersteuning bieden en Johannes Saeboe een prima Floydiaanse gitaarsolo laat horen. 'Endless Science' kent een mooi, tokkelend gitaarthema en een wat jazzy tussenstukje. De zang klinkt echter oppervlakkig. 'Soulburn' begint veelbelovend met invloeden van King Crimson en zang van Finn Coren maar als het refrein aanbreekt en Erichsen invalt ontspoort men zoals gezegd vocaal volledig en is de 'match' tussen toetsen, gitaren en stem ver te zoeken. 'Insomnia' bevat een heerlijk dromerig klinkend orgel, verrast gelukkig wel door breaks en wendingen en heeft van die ingetogen delen à la King Crimson met de mellotron op de achtergrond. De melodie in de titeltrack komt mij wederom bekend voor en is matig gezongen. Het album sluit af met het door gitaren gedomineerde 'Nightside of Eden' waarin de band kundig van leer trekt, de orgelsolo op de Hammond B3 geweldig klinkt maar de zang, het wordt eentonig en dat is een goed woord in dit verband, wederom zorgt voor puntenaftrek. Gelukkig sluit, om de pijn te verzachten, een heerlijke symfonische gitaarsolo deze track en het album af.
White Willow heeft met 'Storm Season' het minste album in haar historie afgeleverd. Een potje konden ze bij mij breken maar het ligt nu welhaast onherstelbaar aan gruzelementen. Er zal veel herstelwerk nodig zijn om mij in de toekomst weer te kunnen overtuigen. Of gloort er licht in de duisternis van de poolnacht? Zangeres Sylvia Erichsen schijnt na de opnames van 'Storm Season' met de noorderzon vertrokken te zijn en is inmiddels vervangen door Trude Eidtang. Een driewerf "Hoera!" Dat biedt perspectief voor de toekomst. JoJo (11-2004)
Bezetting:
Jacob Holm-Lupo - electric, acoustic and classical guitars, keyboards
Johannes Saeboe - electric guitars, electric baryton guitar
Sylvia Erichsen - vocals
Lars Frederik Froislie - piano, mellotron M400, hammond B3, mini-moog, synthesizers, fender rhodes, wurlitzer, glockenspiel
Marthe Berger Walthinsen - 4 & 5 string bass guitar, tambourine
Aage Moltke Schou - drums, percussion
Ketil Vestrum Einarsen - flutes, microsynth, tambourine
Sigrun Eng - cello
Finn Coren - vocal
Teresa K. Aslanian - ghost voice
Discografie:
Ignis Fatuus (1995)
Ex Tenebris (1998)
Sacrament (2000)
Storm Season (2004)
Signal to Noise (2006) (zie Reviews 2006)
Reviews W
Robert Wyatt - Cuckooland (2003)
Label: Rykodisc
Bandsite: Rykodisc.com
Duur: 75:46
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)
Het platenlabel 'Rykodisc', o.a. bekend door de catalogus van wijlen Frank Zappa, grossiert in de wat meer obscure artiesten. Muzikanten die eens in de zoveel jaar een album uitbrengen en verder in afzondering hun leven leiden. Robert Wyatt, de vroegere drummer van de legendarische Soft Machine en van Matching Mole, is één van hen. Na zijn dramatische val in 1972 en zijn onvermogen om sindsdien te drummen leeft hij min of meer als kluizenaar, samen met zijn onafscheidelijke Alfreda 'Alfie' Benge die op zijn solo-albums en ook op 'Cuckooland' haar stem laat horen.
Robert Wyatt maakt muziek en heeft een stem waar je van houdt of niet. Een middenweg is nauwelijks mogelijk. De stembanden kraken aan alle kanten en Wyatt begeeft zich nog steeds in de hogere regionen van de toonladder. En de muziek is 'weird' en absurd, waarbij het lijkt alsof de songs in een geheel andere wereld tot stand zijn gekomen. Een droomwereld waarin een romantisch verlangen naar vroeger, naar de tijd waarin geesten zich nog in de donkere bossen vertoonden, de trollen in de mist dansten en heksen je buurvrouw waren. Maar Wyatt is zeker niet autistisch voor de barre werkelijkheid van de moderne samenleving. Als je de teksten meeleest zoals in de vierde track 'The Forest' dan neemt hij je via een geheim pad vanuit het mystieke maar aantrekkelijke bos mee naar de verschrikkingen van Auschwitz en de dodenkampen in Lety. Daarmee laat hij zien hoe mooi het zou kunnen zijn en hoe erg het feitelijk is. En dat doet hij vaker op deze schijf. Zo denk je dat Wyatt 'slechts' de lieflijkheid van een schaap bezingt, in het volgende couplet van 'Life is Sheep' declameert hij 'Live is sheep if you live on a farm. Instead of names the animals all have numbers. So you won't get too attached'.
Ook op dit album van Wyatt overheersen de prachtige klanktapijten van piano en keyboards, de vervormde trompetten en trombones die we ook al kennen van zijn meesterwerk 'Rock Bottom' en de ijle vocale harmonieën die als een warme deken over de instrumenten hangen. En zoals zo vaak omringt hij zich met louter topmuzikanten zoals David Gilmour, Brian Eno en Phil Manzanera. Door de ijlheid van de produktie en de stemmen heeft 'Cuckooland' de sfeer van 'ambient music' maar er schemert veel jazz doorheen.
Het album bestaat uit twee delen 'neither here …' en '… nor there, die qua sfeer niet veel van elkaar verschillen. De twee delen zijn gescheiden door dertig seconden stilte, volgens Wyatt 'A suitable place for those with tired ears to pause and resume listening later'. Uitschieters zijn wat mij betreft het eerdergenoemde 'The Forest', het tekstueel en compositorisch sterke 'Old Europe' waarin Wyatt zelfs weer drumt, het mysterieuze "Beware' en het vreemde 'Life is Sheep'. Maar er staan wat mij betreft geen zwakke nummers op 'Cuckooland', hoewel het Zuid-Amerikaans getinte 'Insensatez' mij minder bevalt. Te vrolijk en te aards in vergelijking met de sfeer die de rest uitademt.
Oudgediende Wyatt heeft zoals zo vaak weer een indrukwekkend werkstuk afgeleverd, waarvan de kwaliteit ook tot uitdrukking komt in de schitterende door zijn vrouw ontworpen hoes. Het album geeft de mogelijkheid tot romantisch wegdromen maar zet ook aan tot nadenken. Wat dat aangaat zet Wyatt de luisteraar zowel tekstueel als muzikaal soms op het verkeerde been om hem of haar uiteindelijk weer met beide benen op de grond terecht te laten komen. Dat is een te koesteren kwaliteit. JoJo (12-2003)
Bezetting:
Robert Wyatt - vocals, cornet, keyboards, trumpet, percussion
Met o.a.
Alfreda Benge - vocals
David Gilmour - guitar
Brian Eno - voices
Phil Manzanera - vocals
Karen Mantler - vocals, keyboards, harmonica
Michael Evans - drums
Gilad Atzmon - saxes, clarinet
Annie Whitehead - trombone
Discografie:
The End of an Ear (1971)
Rock Bottom (1974)
Ruth Is Stranger Than Richard (1975)
The Animals Film (1982,
Soundtrack)1982-84 (1984)
Nothing Can Stop Us (1985)
Old Rottenhat (1986)
Dondestan (1991)
A Short Break (1992)
Mid-Eighties (1993)
Flotsam Jetsam (1994, compilation)
Shleep (1997)
Cuckooland (2003)
Solar Flares Burn For You (2003)