Showing posts with label Reviews D. Show all posts
Showing posts with label Reviews D. Show all posts

Reviews D

Deadsoul Tribe - The January Tree (2004)

Label: Inside Out Music
Bandsite: Deadsoultribe.com
Duur: 50:49
Reviewer: JoJo

Waardering: @ @ (uit max. 5 JoJo's)


Deadsoul Tribe: ik had regelmatig over deze tweemansband, die zich beweegt in het hardere segment van de progressieve muziek, gehoord en gelezen en zo af en toe een losse track beluisterd. Een integraal album tot mij nemen was mij echter nog niet gegund. 'The January Tree' is derhalve mijn vuurdoop en die eerste kennismaking valt mij niet mee. Alles is al gedaan in de artistieke sector en het is dus ook in de progressieve muziek steeds moeilijker om in het geheel of desnoods enigszins origineel te zijn. Als een gebrek aan originaliteit echter gepaard gaat met een hoog compositorisch niveau, dan kunnen albums goed te verteren zijn. Maar ook daarvan is op dit derde album van Deadsoul Tribe slechts spaarzaam sprake.
'The January Tree' komt langzaam op gang want de betere tracks laten op zich wachten. De eerste drie tracks 'Spiders and Flies', 'Sirens' en 'The Love of Hate' lijden namelijk aan compositorische bloedarmoede. Het is 'koekoek ene dreun', de ritme gitaar speelt in de diverse tracks bijna dezelfde riffs en de nummers staan stil en ontwikkelen zich niet of nauwelijks. Deze tracks doen nog het meest denken aan een muzikale grabbelton die de luisteraar achterlaat met ook door anderen uit den treuren gebruikte citaten uit de rijke hardrockhistorie, waarbij Uriah Heep, Black Sabbath en Iron Maiden met name bovenkomen. Citaten worden daarmee op een gegeven moment clichés. Dat kan niet anders en dat is hier ook niet anders. De schijf komt enigszins op gang met 'Why?' Hier toont het duo Graves en Moustafa wat meer durf. Het resultaat is een gelaagder nummer met een pakkend vocaal refrein en meer afwisseling door breaks en door een grotere variatie aan instrumenten. Deze positieve toon wordt voortgezet in 'The Coldest Day of Winter' en het sterke 'Wings of Faith'. Deze laatstgenoemde vormt een vernuftig geheel, steekt compositorisch eindelijk goed in elkaar en bevat pakkende en soms ongebruikelijke ritmes en wendingen, met name ingegeven door het overigens op het gehele album uitstekende en wervelende drum- en percussiewerk van Moustafa. 'Toy Rocket' begint met Tull-achtige dwarsfluit in een hardrock context en kent een mooi relatief rustig intermezzo met aardige gitaarlicks. Helaas zakken we weer af naar het niveau van de openingstracks in 'Waiting for the Answer'. Een bedenkelijk simpele compositie met matige zang en die eeuwigdurende uitwisselbare riffs op de gitaar. 'Just Like a Timepiece' begint als een welkom rustpunt met folkinvloed, onder andere door de mooie dwarsfluit, en groeit naar een ballade-achtige climax waarin de fluit- en pianoklanken om voorrang strijden. De afsluiter 'Lady of Rain' is aardig maar beschouw ik als een open einde. Niet geschikt als outro van een album. Het album is niet af, niet rond.
Een score van vijf goede tracks uit tien. Goed, omdat in die gevallen méér durf en vernuft tentoon wordt gespreid en van méér verrassingen en wendingen sprake is dan in de resterende titels. Maar vijf uit tien dat is te weinig. Dat is het op school, op het werk, in de sport en dus ook in de muziek. Ik geef een voldoende, maar wel met een extra taak: compositorische groei en diepgang!
JoJo (8-2004)

Bezetting:
Devon Graves - vocals, guitar, flute, keyboards
Adel Moustafa - drums

Discografie:
Dead Soul Tribe (2002)
A Murder of Crows (2003)
The January Tree (2004)
The Dead Word (2005)

Reviews D

Deadwood Forest – Mellodramatic (2001)

Label: Shroom Productions
Bandsite: -
Duur: 47:45
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)

Deadwood Forest is beïnvloed door Anekdoten. Anekdoten is beïnvloed door King Crimson. Is Deadwood Forest dan ook nog beïnvloed door King Crimson? Volgens de rationele wet van de wiskundige vergelijking is het antwoord “ja”. Gevoelsmatig twijfel ik. Ik zie het meer als ‘tweede-generatie-inspiratie’ waarbij Deadwood Forest de revenuen trekt van bands als Anekdoten, Änglagård en Landberk. En dat is op zichzelf al verwonderlijk als je het klimatologisch bekijkt. De hier besproken band komt uit Texas, waar zinsbegoochelingen en zonnesteken door de warmte op de loer liggen, terwijl genoemde Scandinavische bands in alle naden en voegen de koude, de rust en de helderheid van de poolnacht verbeelden. En een mellotron in Texas brengt mijn referentiekader al helemaal in verwarring.
Reken maar dat de mellotron op de reissue van ‘Mellodramatic’ een voorname rol speelt. Niet alleen de titel geeft een hint daaromtrent maar de muziek is doordrenkt met het heerlijke geluid van dit unieke instrument. Deadwood Forest is na twee albums inmiddels volledig van het progtoneel verdwenen. Hun site is afgesloten. Toch jammer want de band laat potentie horen. Zowel qua technisch kunnen als compositorisch. Wat ik echter node mis is een rode draad die mij houvast biedt door en over de tien tracks heen. Die draad had gesponnen kunnen worden vanuit de gedachte dat inspiratie vinden bij anderen prima is – muziek is evolutie – maar dat het tonen van een eigen gezicht even belangrijk zo niet belangrijker is. Dat eigen smoel en die rode draad zijn er onvoldoende en dat levert puntenaftrek op. Met wat dan rest is het overigens nog goed vertoeven.
‘Mellodramatic’ opent verwachtingsvol met ‘The Pioneer’. Een gevarieerde track die een staalkaart aan hedendaagse prog en symfo laat horen, waarin de mellotron en orgel domineren en dynamiek de boventoon voert. Wat direct opvalt is de fragiele en onvaste stem van Ryan Guidry. Geen topstem maar het wordt ook in de andere stukken niet disfunctioneel doordat hij de grenzen van de eigen stem blijkbaar kent. In het titelloze tweede nummer, in ‘OCD’ en in ‘Stolen Smile’ worden wederom romantische passages gekoppeld aan hardere fragmenten à la Anekdoten en ook associaties met Pineapple Thief doen opgeld. ‘King of the Skies’ laat een soort symfonische folk horen die evolueert van Fairport Convention via Jethro Tull naar Landberk, hetgeen ook geldt voor het opvolgende ‘The City in the Sea’. ‘Dry’ is een trage, slaperige maar mooie track met lijzige zang, gelardeerd met weer die geweldige mellotron. Een symfoballad zoals u wilt. ‘The Ultraviolence’ is een dreigend nummer met alle genoemde kenmerken, al laat de productie hier te wensen over. Het lijkt live op locatie dan wel live in de studio opgenomen al wordt dat nergens vermeld. Het album sluit af met het lullig klinkende niemendalletje ‘Departure’.
Het album ‘Mellodramatic’ is getooid in een hoes die weliswaar uit elkaar klapt van clichés maar per saldo een aangenaam beeld oplevert. En die conclusie kan ook worden getrokken over het muzikale aanbod op deze schijf. Ik ben er echter van overtuigd dat als de leden van Deadwood Forest zichzelf wat meer groeitijd hadden gegund, dat dan het eigen gezicht zich zeker zou hebben gevormd en de rode draad zou zijn gevonden. Nu lijkt het tot een onbevredigend en vroegtijdig einde te zijn gekomen. Sterker nog, Coburn, McWilliams en Guidry richtten een nieuwe nog steeds actieve band op - The Scattered Pages - die zich niet in het progsegment lijkt te bewegen. Op de site van die band en in de bio is echter niets te vinden over Deadwood Forest. Het lijkt wel alsof ze dit verleden volledig verdrongen hebben. Dat is nou ook weer niet nodig.
JoJo (04-2006)

Bezetting:
Ryan Guidry – vocals, guitars, theremin, keyboards

Andy McWilliams – drums, programming
Kurt Coburn - bass
Mitch Mignano - keyboards

Discografie:
Deadwood Forest (1997)
Mellodramatic (2001)

Reviews D

Sandy Denny - No More Sad Refrains (The Anthology) (2000)

Label: Island
Bandsite: -
Duur:
76:23 + 76:56
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)

Ik was in de jaren 70 niet zo'n folkliefhebber. De muziek werd door mij te lief en te 'soft' bevonden. Bands als Fairport Convention en The Incredible String Band associeerde ik al snel met de groep geitewollensokkenfiguren uit Vlaardingen die mijn Schiedamse stamkroeg regelmatig bezochten. Maar hoe ouder, hoe milder en langzamerhand ben ik de folkmuziek meer gaan waarderen. Dat er zo af en toe bij beluistering een 'nabeeld' voorbijkomt met dansende geitewollensokken in sandalen, neem ik dan maar op de koop toe. Sandy Denny was een vooraanstaand exponent van de Britse folkscene van eind jaren 60, half jaren 70. Zij is met name bekend geworden met Fairport Convention, hoewel zij relatief kort en met tussenpozen lid was van deze legendarische band. Daarnaast was zij actief binnen Fotheringay, The Bunch en als solo-artiest. Helaas kwam zij in 1978 op 31-jarige leeftijd te overlijden ten gevolge van een noodlottige val van haar trap.
Deze dubbel-CD geeft een nagenoeg compleet en prachtig beeld van haar rol in de genoemde bands en van haar solo-carrière. Wat steeds maar weer opvalt, vanaf de eerste klanken op CD1, is hoe goed zij als zangeres was. Op de prima gedocumenteerde hoes steken Pete Townsend en Robert Plant - niet de eersten die bij je opkomen denkend aan folk, al speelde Denny dan een gastrol op Led Zeppelin IV - de loftrompet over haar. Plant: "My favourite singer out of all the British girls that ever were". En Townsend vervolgt "She was a perfect British folk voice. Not a trace of vibrato. Pure and easy". De sfeer die zij weet neer te zetten, doorgaans met vaste waarden in de diverse bezettingen als gitarist Richard Thompson, bassist Pat Donaldson en drummer Gerry Conway, is vergelijkbaar met de melancholieke sfeer van Nick Drake. Drake, de tragische singer/ songwriter die zij ook persoonlijk kende en regelmatig tegenkwam in het kleine wereldje van de Britse folk.
De eerste CD kent geen zwakke tracks. De zes tracks uit haar Fairport-tijd zijn overbekend met als uitschieters "Who knows where the Time Goes" en het geweldige "Crazy Man Michael". Hoe mooi past haar stem hier bij de klanken van meestergitarist Thompson. De vier tracks van haar band Fotheringay dateren uit 1970 en kennen geen significant verschil met de Fairportsound. "Nothing More" is een prachtige ballad met grandioos laid-back gitaarspel van Jerry Donahue. Het acht minuten durende "Banks of the Nile", een traditional, leidt tot kippevel. Denny op haar best, loepzuiver zingend, met het subtiele getokkel van de gitaren op de achtergrond. The Anthology heeft mij er ook van overtuigd haar eerste solowerk "The North Star Grassman and the Ravens" aan te schaffen. Het wachten is echter op de remaster. De vier tracks die hiervan zijn opgenomen vormen het hoogtepunt van CD1, met speciale aandacht voor het mysterieuze en dramatische "Next Time Around" dat een prachtig pianothema in mineur kent. De rest van de CD is gevuld met covers van The Everly Brothers en Buddy Holly door The Bunch – gewoon overslaan is het devies – en prima nummers door Denny solo uitgevoerd van de soundtrack "Pass of Arms".
CD2 is volledig gevuld met solowerk uit de periode 1972-1977. Wat daarin opvalt is dat de folkroots hoorbaar blijven maar dat naarmate de tijd verstreek het wat commerciëler ging klinken. Maar steeds aan de goede kant van de streep. Hoogtepunten zijn ondermeer het met Linda Peters a-cappella gezongen "Quiet Joys of Brotherhood" en het donkere "The Lady". Op haar laatste soloplaat "Rendez Vous" liet ze zich bijstaan door o.a. Steve Winwood (Traffic) en Dave Pegg (Jethro Tull) en dat is goed te horen op het heerlijke "For Shame of Doing Wrong" waar het orgel van Winwood rondzingt als in de beste Trafficnummers. In het symfonische "All Our Days" wordt Denny ondersteund door orkest en komt in die bezetting dicht in de buurt van Renaissance en Annie Haslam.
The Anthology geeft via 34 tracks een kwalitatief en indrukwekkend overzicht van het oeuvre van Sandy Denny. Een minpunt is dat er geen aandacht wordt gegeven aan haar samenwerking met The Strawbs, resulterend in het album "Sandy and The Strawbs". Maar een kniesoor die daar op let. En ik ben er inmiddels wel achter: Sandy Denny klinkt ook prima zonder sandalen en geitewollensokken. Gelukkig maar.
JoJo (12-2003)


Bezetting:
Sandy Denny - vocals, piano, acoustic guitars en diverse bezettingen

Discografie:
Met Fairport Convention:
What We Did On Our Holidays (1969)
Unhalfbricking (1969)
Liege and Lief (1969)
Live (1974)
Rising for the Moon (1975)
Heyday – BBC Radio Sessions 1968-69 (1987)
Met Fotheringay:
Fotheringay (1970)
Solo:
Sandy Denny with The Strawbs (1967)
T
he North Star Grassman and the Ravens (1971)
Sandy (1972)
L
ike An Old Fashioned Waltz (1973)
Rendez Vous (1977)

Reviews D

Deus ex Machina - Cinque (2002)

Label: Cuneiform Records
Bandsite: www.cuneiformrecords.com
Duur: 70:32
Reviewer: JoJo
Waardering: @ (uit max. 5 JoJo's)

U kent dat wel. De hoop dat een album dat in eerste instantie tegenvalt zijn geheimen en kwaliteiten na meerdere laserbehandelingen prijsgeeft. Composities krijgen hun structuur, de teksten krijgen hun plaats en waarde, de melodielijnen worden herkend, de persoonlijke waardering stijgt en 'de muziek wordt van u'. De voorbeelden waarbij dit proces zich niet of onvolledig voltrekt kent u waarschijnlijk ook wel.
Wat mij betreft valt onder deze laatste categorie 'Cinque' van de in 1985 in Bologna geboren Italiaanse band Deus ex Machina. Het wilde en wil nog steeds maar niet lukken met dit album uit 2002. Dat wordt met name veroorzaakt door de zang van Alberto Piras. Hoewel Piras allerwegen wordt geroemd om zijn stem – gevormd door een gedegen conservatoriumopleiding – is zijn voordracht mijns inziens te dominant en theatraal, tegendraads ten opzichte van de partijen die zijn collega's spelen en te vaak 'a-tonisch'. Het past in ieder geval niet en als iets niet past valt het ook niet op zijn plaats. Daarnaast heeft men gekozen voor het schrijven en voordragen van een aantal teksten in het Latijn. Hoewel dit enigszins verklaarbaar is vanuit de culturele achtergrond van de heren en vanuit de naam van de band, erger ik mij aan dit soort pseudo-intellectuele en elitaire uitingen en ontgaat mij de toegevoegde waarde.
De vocale keuzes overschaduwen helaas de muziektechnische kwaliteit die wel degelijk schuilt in de uitvoering van de tracks. Er wordt namelijk zeer vaardig en smaakvol gemusiceerd – waarbij de geweldige hammond klanken en de viool opvallen - en ook de composities zijn voldoende tot goed. Het in een geweldige hoes gestoken album beslaat 8 tracks (los van de live ghost-tracks die na enige tijd in de uitloopgroef klinken) die kunnen worden gekarakteriseerd als een fusie tussen jazz-rock, progrock en avant garde waarbij namen als Gentle Giant, Landberk, Mahavishnu Orchestra en Jerry Goodman regelmatig door mijn hoofd schieten. Uitschieters zijn wat mij betreft het openingsnummer 'Wound'/'Convolutus' dat een mooie melodie kent, het funky en op breaks en ritmes à la Gentle Giant gefundeerde 'The Thought that Leads to the Important Things'/'Il Pensiero Che Porta Alle Cose Importanti' en het gedurfde en experimentele nummer 'The Theory of Order'/'De Ordinis Ratione'. 'Mooie' voorbeelden waarbij de zang een compositie teniet doet zijn de tracks 'The Man of the Past Future'/'Uomo del Futuro Passato' en 'One Day the Sun Asked the Earth'/'Olim Sol Rogavit Terrami'. Hier wordt de vraag 'Hoe kun je een op zichzelf sterk nummer de das omdoen met irritante zang?' afdoende beantwoord.
De naam 'Deus ex Machina' is Latijn voor 'een onverwachte verschijning van een god in een toneelstuk'. In een vrije vertaling wordt het ook gezien als een weliswaar onnatuurlijke maar gelukkige oplossing voor een probleem. 'Onnatuurlijk' is het voor mij zeker – met name door de zang – en 'gelukkig' zeker niet. De compositorische en technische kwaliteiten van de band ten spijt. Hoewel deze laatste kwaliteiten de beoordeling optrekken naar 'voldoende'.
JoJo (2003)


Bezetting:

Alessandro Bonetti - violins
Mauro Collina - guitars
Alberto Piras - vocals
Alessandro Porreca - bass
Fabrizio Puglisi - keyboards
Claudio Trotta - drums

Discografie:
Gladium Caeli (1991)
Deus Ex Machina (1992)
De Republica (1995)
Diacronie Metronomiche (1996)
Cinque (2001)


Reviews D

Djam Karet - A Night for Baku (2003)

Label: Cuneiform Records
Bandsite: www.Djamkaret.com
Duur: 59:54
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ (uit max. 5 JoJo's)

Mijn muziekverzameling siert sinds enige tijd een aantal items van de Californische progband Djam Karet. Ik had mij echter tot voor kort nog onvoldoende verdiept in de historie van deze band. Tot mijn verbazing bestaat Djam Karet reeds sinds 1984 en hebben zij met 'A Night for Baku' het dozijn aan albums volgemaakt. "Daar heb ik toch iets laten liggen de afgelopen 20 jaar", was de eerste gedachte die bij mij opkwam. Het is dan ook zeker een band om verder te onderzoeken. Door de fusie van prog, symfo, hard rock, elektronische muziek en zelfs ambient, creëren zij namelijk muzikale landschappen die af en toe refereren aan anderen – de instrumentale Pink Floyd, de space van Ozric Tentacles, de gitaar van Porcupine Tree - maar toch met name zijn ingekleurd met een eigen geluid.
'A Night for Baku' is hun zevende album voor Cuneiform Records en ik moet helaas constateren dat de jubelstemming die ik voel als ik naar de voorgaande albums 'Ascension' en 'New Dark Age' luister, op deze schijf slechts een enkele keer opkomt. Met verbazing zag ik bijvoorbeeld dat dit album als 'Vette Krent' wordt gemarkeerd in het blad IO Pages. En ook anderen spreken er met veel lof over. Maar goed dat is nu eenmaal de subjectiviteit die per definitie in recensies zit. Bij deze zet ik daar - voor de nuance - mijn eigen persoonlijke en dit keer tegendraadse mening tegenover. Het album is in een verzorgde en mooie en mysterieuze hoes gestoken. De titel van het album is ontleend aan de rijke folklore in Japan rond dromen. 'Baku' zijn de mythische bewoners van de droomwereld die voor hun eigen plezier in gevecht gaan met de nachtelijke 'gedachten' van de slapende mens. Als de Baku deze strijd winnen, resulteert dat in boze dromen en nachtmerries voor de ander.
De schijf opent met 'Dream Portal'. De eerste klanken klinken veelbelovend. Maar als de gitaar invalt dan kan ik niet anders constateren dan dat het vals klinkt. Het zal ongetwijfeld met opzet zijn want de synths nemen het ook over. Wellicht dat de 'valsheid van dromen' wordt uitgebeeld, maar het detoneert en irriteert. Het thema van het nummer is echter sterk. Mooi zijn de mellotrons en creepy zijn de stemmen waarmee het nummer is gelardeerd. 'Hungry Ghost' vormt track 2 en is een up-tempo door gitaar gedomineerd geheel. De breaks en roffels van drummer Chuck Oken Jr. vind ik ronduit knullig. Het klopt allemaal net niet. Ook hier geldt dat het thema en de opbouw van het nummer prima zijn maar de uitvoering te wensen overlaat. 'Chimera Moon' vormt een positieve uitschieter. Dreigende synths en vreemde geluiden vormen de introductie en verbeelden de droomwereld knap. Ook hier weer stemmen op de achtergrond. Altijd goed voor het suggereren van een mystieke sfeer. Het nummer ontwikkelt zich sterk in de romp van de track met een prima gitaarsolo van Gayle Ellett. Ook hier bevallen de drums mij minder, hetgeen misschien is terug te voeren op de improviserende en jamachtige wijze van werken van Djam Karet. 'Heads of Ni-Oh' opent met een landerig en traag ritme maar gaat, via virtuoze gitaarlicks en mooie orgelklanken, rap in een hogere versnelling. Ozric Tentacles en in mindere mate Gong zijn zeker referentiepunten in deze track. Hoewel niet altijd duidelijk is wie de gitaren voor zijn rekening neemt - Mike Henderson speelt ook gitaar - ga ik ervan uit dat het Ellett is en die kan spelen als de beste en is sterk in het produceren van unieke effecten. Via het atmosferische 'Scary Circus', het intrigerende 'The Falafel King' waarin Porcupine Tree rondwaart en het saaie 'Sexy Beast', belanden we bij 'Ukab Maerd'. Dit voorlaatste wat experimentele nummer is gefundeerd op een aanstekelijk ritme maar ontvouwt zich slechts via kleine veranderingen aan het thema. Door zijn eenvormigheid kan het mij maar matig boeien. Het album sluit af met het 10 minuten durende 'The Red Thread' waarbij de kop van het nummer de stuwende opbouw heeft die King Crimson reeds veelvuldig heeft gebruikt en mij dan ook erg bekend voorkomt. Het geheel weerspiegelt trouwens de complexiteit van King Crimson, maar die zijn daar toch een klasse beter in. Er zijn mooie al zijn het dan digitale mellotronklanken te horen, het drumwerk is weer beneden de maat en het nummer ontwikkelt zich nauwelijks. Ik denk steeds 'nu gaat het komen' maar het komt helaas niet. Op een geforceerde wijze wordt het openingsthema weer ten tonele gevoerd om het nummer af te sluiten.
'A Night for Baku' zou ik willen kenschetsen als een slordig album met te weinig spanning in de composities. Voor een eerste kennismaking met Djam Karet verwijs ik dan ook naar veel sterkere albums als 'The Devouring' en 'New Dark Age'. Ik heb vaak na een droom dat ik weet dat ik gedroomd heb maar dat ik de details of zelfs de gehele droom niet meer kan reproduceren. Dat ervaar ik ook met dit album. Al vele malen gedraaid maar er blijft weinig van hangen. Zo vluchtig als nachtelijke 'gedachten'.
JoJo (2003)

Bezetting:
Gayle Ellett - guitars, organ, synths, field recording and effects
Mike Henderson - guitars, synths, field recording and effects
Aaron Kenyon - bass
Chuck Oken jr. - drums, percussion, sounds and sequences
Henry J. Osbourne - bass

Discografie:
A Night For Baku(2003)
Ascension(2001)
New Dark Age (2001)
Live At Orion (1999)
Still No Commercial Potential (1998)
The Devouring (1997)
Collaborator (1994)
Burning The Hard City (1991)
Suspension & Displacement (1991)
Reflections From The Firepool (1989)
The Ritual Continues (1987)