DISTRIBUTED BEING ProgSoap15
PROGROCKERS VERENIGT U: PROGROCK IN HET VERPLEEGHUIS!

Mijn moeder verblijft sinds enige tijd in een verpleegtehuis. Het ging niet langer, alleen thuis, zelfs niet met thuiszorg. Die emotio- nele beslissing moet dan worden genomen. Hoe erg dat ook is. Ik verplaats mij er iedere keer weer in: weg uit je vertrouwde omge- ving en de huiselijkheid, op een kamer met vier anderen, je ver- leden teruggebracht tot een smalle kast en verder in de gemeen- schappelijke huiskamer mensen die je niet kent. Of waarvan je in het verleden bij je volle verstand zou zeggen "die wil ik niet eens kennen". Met verlies van waardigheid en decorum omdat je bij veel dingen, ook de intieme, moet worden geholpen. Reeds een aantal malen moest ik terwijl ik op bezoek was, ook denken aan muziek. Een uitleg.
De eerste keer dat ik in deze toch wel deprimerende omgeving aan muziek dacht vroeg ik aan de verpleegkundige, enerzijds gek- scherend omdat ik ook wel zag dat het niet zou kunnen maar anderzijds in volle ernst toen ik het kleine plekje zag wat er na 85 jaar voor mijn moeder overbleef, "waar moet zij nu haar duizen- den boeken en 3000 CD's neerzetten?". Uiteraard - mijn moeder bezit dat helemaal niet - via een omweg mijzelf en mijn literaire en muzikale bezit projecterend op zo'n situatie, die ik hopelijk nooit zal hoeven meemaken. "Nee dat zal niet gaan. Dat hebben we trouwens nog nooit meegemaakt". "Nog nooit meegemaakt, wat is dat voor een onzin. Een eigen kamer horen die ouwetjes te hebben" riep ik, gelukkig iets dat binnenkort bij wet geregeld gaat worden "waar ze hun hobby kunnen uitoefenen".
Zou er nu tussen al die bejaarden van 70 en 80 jaar en ouder niemand zijn die net zo gek is op kunst, muziek en lezen als ik? Die zijn of haar hele leven lang in een soort verslavingsroes 'rol- latorloos' alle winkels en beurzen heeft afgestruind om dat lang- gezochte 'collectors item' te bemachtigen? Natuurlijk zijn die er, alleen daar wordt letterlijk en figuurlijk geen ruimte aan gege- ven. Het verleden wordt uitgewist. Een boek uit de bibliotheek kun je lenen, een enkel CD'tje via een discman of MP3 beluisteren, daar heb je het wel mee gehad. Die zorgvuldig opgebouwde ver- zameling lever je maar in bij De Plaatboef of verpatst je familie maar aan een opkoper.


De tweede keer dat ik in dat verpleeghuis aan muziek dacht was op een contemplatief moment, zittend met mijn moeder in de gezamenlijke huiskamer - op zichzelf al een contradictio in terminis - onderwijl luisterend naar die ouderwetse Nederlandse liedjes en meezingers die er voor die oude dames en heren wer- den gedraaid. Willy Schobben met zijn trompet, Heintje met zijn 'Mama', het onvermijdelijke 'Waarheen, Waarvoor' van Mieke Telkamp , 'We'll Meet Again' natuurlijk, van Vera Lynn, Doris Day met 'Que sera, sera' en zo meer. U kent dat wel: het 'wereldre- pertoire'. En, vooruit, het meest moderne dat ik tegenkwam, Marco Borsato met een of andere hit.
Nu vind ik het altijd een uitdaging om mensen op een andere manier te laten kijken naar een bestaande situatie, onder een invalshoek die zij niet kennen. Al filosoferend en mijmerend kwam ik tot de constatering dat het vreemd is dat de verpleeg- sters dit repertoire maar blijven kiezen voor de huidige generatie bejaarden. Al terugrekend kwam ik tot de slotsom dat veel van die bejaarden in de huiskamer, gangen en kamers in de jaren '60 namelijk ergens tussen de 20 en 40 jaar waren. Daar moet toch een significant deel tussen zitten dat in die periode leefde met The Beatles, The Rolling Stones, Procul Harum, The Kinks en misschien zelfs, al ze heel modern waren, met The Pink Floyd. Alleen die muziek wordt nooit gedraaid in die verzorgings- en verpleeghuizen!!!
Wat raar dacht ik, dit klopt niet, dit mag niet langer voortduren, ik kwam tot een dramatische conclusie: er zitten hier mensen gedwongen te luisteren naar Paul Anka en Heintje terwijl ze liever naar 'Careful with that Axe, Eugene' zouden luisteren of de licht psychedelische klanken van Sgt. Pepper' weer eens zouden willen horen.

Ik kon niet anders dan deze dramatische gevolgtrekking voor te leggen aan de twee dienstdoende verpleegsters die bezig waren met het inschenken van de koffie. Die keken mij aan alsof ik gek was geworden maar zeiden nadat ze van de schrik bekomen waren "zo hebben wij daar nooit tegenaan gekeken" maar tege- lijkertijd, alsof ze zichzelf wilden vrijpleiten "maar er heeft ook nog nooit iemand naar gevraagd". Terwijl achter haar rug een man kwijlend en onder de jam aan een tafel hing. "Misschien zou het wel veel beter gaan met die mensen als ze hun eigen muziek zouden horen", zei ik, "of als je in ieder geval zou vragen waar ze van houden in plaats van voetstoots aan te nemen dat Mieke Telkamp vroeger in ieder huis op vinyl aanwezig was". De thera- peutische werking van muziek, naast de esthetische, nog eens onderstrepend. "Ja, nou dat weet ik niet hoor, daar hebben we allemaal geen tijd voor" was de laatste wat zwakke repliek die ik nog hoorde voordat het verplegend duo enigszins uit het veld geslagen wegbeende.

Waarom kan dit in het Rosa Spier Huis, een verzorgings- en ver- pleeghuis in Laren waar vooral artiesten en kunstenaars ver- blijven zoals Ramses Shaffy wel? Waar men wel aandacht heeft voor de beeldende kunst, het theater en de muziek die past bij deze mensen, bij hun klanten zou je kunnen zeggen? Waarom kan dat daar wel en in het verpleeghuis waar mijn moeder verblijft niet? Bezuiniging, tijd tekort? Welnee, het ontkennen van het verleden van iemand of er in ieder geval geen prioriteit aan geven.
Ik heb het gevoel dat ik via deze gebeurtenis een, weliswaar zeer bescheiden, bijdrage heb geleverd aan het op z'n minst een draai geven aan de optiek van die twee verpleegkundigen als het gaat over muziek in het verpleeghuis. Die hebben daar die avond schat ik in, thuis op de bank, nog over nagedacht en hopelijk zelfs in een werkoverleg aan de orde gesteld. Als het dan maar niet is blijven hangen in "deze week was er toch een rare vent, die zoon van mevrouw de Vries en die zei dat we Pink Floyd voor die ouwetjes moesten gaan draaien. Ha ha". Dat zou toch erg jammer zijn.
Beste lezers, ik roep u op om, mocht u op enig moment een be- zoek brengen aan een verzorgings- of verpleeghuis, dit onder- werp aan de orde te stellen. Wellicht kantelt de geest dan aldaar, is ons kostje gekocht en kunnen wij in de toekomst bij een eventueel verblijf in een zorginstelling - moge de evolutietheorie het verhoeden - gewoon in de huiskamer luisteren naar Opeth, Porcupine Tree en Dream Theater. Wordt het nog gezellig ook!!! Harry 'JoJo' de Vries (01-2009)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap14
OVER THE EDGE OF PROGRESSIVE MUSIC


Er zijn sites die zich richten op progressieve rock en die probe- ren 'close to the edge' van dit muziekgebied te komen. Maar ook op deze sites is het toch de typische hokjesgeest die de boven- toon voert. Ook ProgLog AFTERglow worstelt zo af en toe met dit euvel. Aan de ene kant probeert de redactie de grenzen op te zoeken van datgene wat zich nog verdraagt met de subjectieve definitie van progrock en worden vreemde eenden in de progres- sieve bijt wel degelijk toegelaten en belicht.
Aan de andere kant gaat ook
ProgLog AFTERglow zelden of nooit 'over the edge'. De belangrijkste reden is dat de redactie de site zo zuiver mogelijk wil houden en wil voorkomen versleten te worden als 'een omgevallen platenkast'. Vandaag wil ik echter toch eens stiekem 'over the edge' lopen, voor de veiligheid wel op de sidekickpage van AFTERglow, om terecht te komen in een land waar andere muzikale wetten gelden.
Ieder jaar is er wel een periode dat de prog en symfo mij tijdelijk de neus uit komen. Collega Arjan Bom kent dat gevoel gelukkig ook. De ruim 2500 items uit die muziekhoek staan er dan wat treurig bij en smeken mij beluisterd te worden. Ik heb dan weinig zin in dat complexe gedoe, die gewichtigdoenerij van de prog en symfo zoals ik dat althans in die periode ervaar. Voor uw ge- moedsrust: na zo'n 'sabbatical period' kan ik mij overigens niet voorstellen dat ik er zo over dacht. In die zin werkt zo'n droog- legging louterend.
Mijn voorkeur gaat in die tijd uit naar een niet per definitie sim- peler maar wel een andere muzikale sfeer. Met teksten die niet gaan over trollen en tovenaars of vertrekken vanuit historische, mythologische of filosofische uitgangspunten maar die gaan over de keiharde werkelijkheid van alledag, die met de beide poten in de modder staan en ons een spiegel voorhouden. Logisch dat de muziek dan ook anders klinkt.


Zo gaf ik de afgelopen weken Neil Young een 'revival'. De briljan- te songwriter en zijn dito band Crazy Horse zat al weer langere tijd ver weg in mijn achterhoofd, al kwam 'After the Goldrush' (1970) nog weleens uit de kast. Tot mijn schrik merkte ik boven- dien dat ik minder van de man bezat dan ik dacht. Dat zal Roger Waters van Floyd niet overkomen. Die koopt zich scheel aan Young. Er werd dan ook veel aangeschaft met als absoluut hoogte- punt 'Ragged Glory' (1990) waar de vonken van afspringen, de emotie van afdruipt en de kwaadheid over mens en maatschappij in elk akkoord huist. Nu behoort Young niet tot de progressieve rock, dat lijkt mij duidelijk, en toch is hij zeer progressief want hij staat nooit stil en zoekt altijd andere wegen: van soundscapes tot punk, van country tot new wave, van keiharde rock tot luisterlied- jes. Niet altijd briljant, vaak echter wel.
En wat komt er verder dan voorbij in zo'n symfoloos tijdperk? De Ier Damien Rice die twee albums liet verschijnen die ik recent aanschafte - '0' en '9' - maar die nu al een vaste plek in mijn hart heeft veroverd. Hij beweegt zich in het singer/songwriter genre, schrijft pakkende composities zonder zwakke plekken en zet de luisteraar regelmatig op het verkeerde been door rare geluiden, onverwachte uitspattingen en schrijft teksten met een dubbele bodem.
Blij verrast was ik deze week ook met de samenwerking tussen dichter Simon Vinkenoog en Spinvis op het album 'Ritmebox'. Nederlander Spinvis weet toch al van wanten met opvallende albums en scoort nu door teksten en uitspraken van Vinkenoog op muziek te zetten of beter gezegd, te integreren in muziek. Met een prima resultaat en ook hier geldt weer: geen progressieve rock maar zo progressief als de neten!
'Over the Edge of Progressive Music' zijn dit de artiesten en bands die de afgelopen weken de oren masseerden:

Damien Rice
Nick Drake
Neil Young
Brian Wilson
Bram Vermeulen
The Allman Brothers Band
Spinvis
Keith Jarrett
Miles Davis
Ornette Coleman
The Bonzo Dog Doodah Band
Billy Cobham
Amy MacDonald
Ry Cooder
The Doors
Steely Dan
Boudewijn de Groot
Joy Division
Alexis Korner
Paul McCartney
The Outsiders
Arvo Part
Joni Mitchell
Jaco Pastorius
Gino Vanelli

U ziet het. Rijp en groen, alle stijlen door elkaar. Heerlijk zo'n periode zonder Porcupine Tree, Opeth, Pendragon of Dream Theater en dan is deze 'sabbatical' nog maar net begonnen, al vraagt
ProgLog AFTERglow dan iedere week om prog- en symfo- bijdragen. Het moet immers niet te gek worden.
Progressieve drooglegging laadt weer op voor een vol, heftig en mooi najaar waar het gaat om nieuwe progressieve rockreleases. In welke stortvloed ik mij ongetwijfeld ook weer zal moeten slaan door onnutte en overbodige uitgaven. Vooral in dat opzicht werkt zo'n 'sabbatical period' verfrissend. Nogmaals, ik kan het u als fervent prog- en symfoluisteraar aanraden. JoJo (07-2008)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap13
PROGRESSIEVE DIARREE

Ik ben een muzikale veelvraat. Dat uit zich niet alleen in vele aankopen maar ook in angst. Ik ben namelijk snel bang dat ik iets mis. Dat er een release plaatsvindt in de progrock, symfo, prog- metal, jazzrock of belendende percelen die, naar later zou blijken, allerwegen wordt geroemd en dat ProgLog AFTERglow en ik die dan zouden hebben gemist. Complicerende factor daarbij is dat het onmogelijk is om in het leven van een mens van het mannelijk geslacht met een door demografische statistici voor- spelde levensverwachting van gemiddeld slechts 76 jaar, alles te kopen, vervolgens alles te beluisteren en alle items vervolgens tot aan het onvermijdelijke verscheiden meermalen en nogmaals te beluisteren.
Een tweede complicerende en niet te veronachtzamen factor is het feit dat de progressieve rock al enige tijd lijdt aan een verve- lende storing van het maag- en darmstelsel te weten ‘diarree’ ook wel ‘spetterschijt’ genoemd. Een diarree aan nuttige en nutteloze releases van progalbums wordt over de progfans uitgestort. Voor diegenen die dezelfde angst om iets te missen kennen als ik, resulteert deze diarree in een hardloopwedstrijd waarbij iedere keer met de finish in zicht, de finishlijn een paar honderd meter verder wordt neergelegd. En ik verzeker u, dat is niet fijn als de broek dreigt vol te lopen.
Al deze complicaties, onder andere in de onderbuik, en doemge- dachten hebben mij echter tot op heden geenszins weerhouden veel CD’s te kopen. Maar het wordt tijd voor een therapie. Ik moet mijn angst om iets te missen gaan overwinnen. Het wordt tijd de vele boeken, psychologische methoden, technieken, therapieën en ervaringen die ik vakmatig binnen handbereik heb, op mijzelf los te laten. Want het dreigt nu toch echt uit de hand en uit de broekspijpen te gaan lopen.
Reeds jaren overspoelen de platenlabels en bands ons met remasters, ‘definitive editions’ die later niet ‘definitive’ blijken te zijn, ‘ultimate editions’ die later niet ‘ultimate’ blijken te zijn, ‘deluxe editions’ met net een andere tracklist, overbodige en vaak nog van een abominabel slechte kwaliteit bonustracks van een of andere live-eruptie of mini EP’s – zoals recent ‘Nil Recur- ring’ van Porcupine Tree – waarvan de overigens sublieme tracks gewoon op het net verschenen reguliere album hadden kunnen staan. Een stortvloed die als hoofddoel heeft de catalogus van de bands uit te melken en veel geld te verdienen. Fans met angst zoals ik die kopen het toch wel.
Maar naast deze stortvloed heerst er nu dus ook diarree. Een dunne maar langdurige stroom aan releases van progbands die het nodig vinden muziek te spelen die al gespeeld is en wordt, die 'koekkoek ene dreun' laten horen en die nauwelijks of geen toegevoegde waarde bieden. Bovendien, maar dat is een discus- sie voor een later moment, lijkt terugkijken bij dit soort bands tot ‘kunst’ verheven, terwijl vooruitkijken niet aan de orde is. Dit soort produkten als 'progressief' wegzetten zou dan ook een belediging zijn aan het adres van bands die wel creatief en inno- vatief bezig zijn.


Om u te behoeden voor buikloop, doorgaans veroorzaakt door het Rotavirus, noem ik u een aantal volstrekt overbodige bands en releases waarbij ik heruitgaven buiten beschouwing laat: Soniq Circus met het gelijknamige album, Ad Infinitum idem dito, Ampera, Chain met ‘.Exe’, Chandelier, Cliffhanger zo’n beetje alle albums, Deluge Grander, Deus ex Machina, Enchant, Final Conflict, The Gift met het in 2006 verschenen en door velen onterecht opgehemelde ‘Awake & Dreaming’, In Nomine, Kaipa met uitzon- dering van de eerste generatie albums, Karmakanic, Like Wendy, Magenta met de gehele discografie, Mark I, Metaphor, Moria Falls, The New Groove Project, Poor Genetic Material, Submarine Silen- ce, The Tea Party, Tiles, Tristan Park, Twin Age en ga zo maar verder. Toegevoegde waarde: nul (0), innovativiteit: nul (0), durf: nul (0), aberratie van het darmstelsel: tien (10).
Wat verder in de relevante markt opvalt is het schrijnend gebrek aan kritisch vermogen binnen de progscene. Er zijn bladen en sites die het als een verraad aan de eigen favoriete muziek lijken op te vatten als er een negatieve noot moet worden gekraakt. Via ‘enerzijds-anderzijds-gepolder’ lijken sommige recensies eindelijk eens negatief uit te komen om uiteindelijk en per saldo toch weer de veilige achteruitgang te kiezen via een hoge score die niet door het verhaal wordt gesteund of via het typische Ne- derlandse compromis: de neutrale score.
Nu is recenseren niet eenvoudig. Soms hangt de mening er tussen- in en dan is het lastig kiezen. Dat geef ik ruiterlijk toe. Ook op ProgLog AFTERglow zullen er ongetwijfeld relikwieën te vinden zijn van onvoldoende stellingname. Tegelijkertijd zijn er ook kritische geluiden te lezen en lage tot zeer lage scores te vinden. Een portfolio aan plussen en minnen die recht doet aan de realiteit.

Dat is wat er bij andere sites en sommige bladen aan ontbreekt. Er zijn er zelfs die ervoor schijnen te kiezen alleen de ‘goede’ albums te recenseren. De lezer zou eens kunnen denken dat er in de prog ook slechte werkstukken worden geproduceerd. Zo stond er jaren in de colofon van het inmiddels helaas ter ziele prog- blad ‘Background Magazine’ het volgende “As you can see we mainly concentrate ratings on the better stuff. No need to put much effort in classifying ‘below average’ material specifically”. Ongelooflijk. Een beleidskeuze dus om de potentiële koper van progmuziek niet goed te informeren!
Is er een oplossing? De klant c.q. de koper is een belangrijke, zo niet de belangrijktse speler op het veld. Als die besluit de bagger niet meer aan te schaffen dan scheelt dat en zal er op den duur een kwalitatieve zuivering plaatsvinden. Ik ga zelf subject van een therapie worden om mijn angst om iets te missen te over- winnen en ga genuanceerder aanschaffen.
Voor de bands, artiesten en platenmaatschappijen die de ge- noemde diarree veroorzaken heb ik het volgende advies: eenmaal daags een sachet ‘Movicon’ en de diarree verdwijnt binnen een paar dagen als sneeuw voor de zon. Nog wel twee weken blijven doorslikken als de klachten zijn verdwenen. De klachten kunnen bij het niet afmaken van de kuur terugkomen. Mochten de klachten niet overgaan dan kan de begindosering worden verhoogd tot twee sachets per dag. Als de klachten dan nog niet verdwijnen wordt geadviseerd uw huisarts te raadplegen. JoJo (05-2008)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap12
DE ONDERGANG VAN ALBUM EN CD

Er is veel aan de hand in het marktsegment 'muziek'. Sterker nog, het einde der tijden lijkt aangebroken. CD-zaken gaan op de fles, recent nog Playland in Delft - de eigenaar gaat zich toeleggen op de verkoop van kraaltjes .... - en Boudisque in Amsterdam en de jeugd koopt nauwelijks CD's meer en download illegaal dan wel tegen betaling losse tracks voor hun iPod en MP3 speler. Het publiek dat zich nog wel richt op het medium 'compact disc' ver- grijst en daar ben ik zelf met mijn bijna 50 dienstjaren en mijn haarbeeld zienderogen een vertegenwoordiger van. Hoogstwaar- schijnlijk zal het voor die doelgroep dan ook steeds moeilijker worden om nog CD's aan te schaffen.
Ook de Free Record Shop - allang niet meer het domein van een prog- en symfoliefhebber - ziet er inmiddels uit als een 'outlet store' waar het gaat om schamele restjes CD's en richt zich steeds meer op 'games' en DVD's. Dat was vroeger wel anders. Ik zie Hans van Breukhoven nog zitten in zijn eerste platenzaakje op het holletje op het Broersveld naar de Hoogstraat te Schiedam. Ik kwam er in de jaren zeventig zeer regelmatig, in dat pijpenlaatje met links en rechts bakken vol met LP's.



Als ik hem bezocht voor een witte plaat - voor de jonge lezertjes onder ons, ook wij grijsaards waren toen als hippiehonden ille- gaal bezig en kochten 'bootlegs' van liveconcerten - dan zei Hans steevast "ga even zitten, wil je een bakkie koffie?". Tijdens het verorberen van het bakje pleur moest je dan al betalen zonder dat je ook maar iets van die witte LP had gezien, dook Hans in een min of meer verborgen kartonnen doos, toverde daar de letterlijk en figuurlijk witte plaat 'Pink Floyd De Doelen 1970" uit en dan moest je snel wegwezen. Als de dood was hij dat hij en ik betrapt werden op de verkoop en aanschaf van een 'bootleg'. Levensge- vaarlijk. Later is het nog goed gekomen met Hans, zoals u weet, en heb ik hem nooit meer in levende lijve gezien. Slechts nog op televisie met 'bootleg Connie' aan zijn zijde.
Of het zo erg zal worden dat ik CD's op zijn best nog via Internet kan aanschaffen en dat ik CD's op z'n slechtst helemaal niet meer kan aanschaffen, dat betwijfel ik. Het zal wat moeilijker worden, wellicht obscuurder en kleinschaliger, maar er zullen naar mijn mening altijd geluidsdragers met muziek te koop blijven. De LP is immers ook nooit volledig verdwenen en maakt zelfs een beschei- den comeback. De Plaatboef in Rotterdam heeft zelfs weer een aparte hoek met 'Nieuwe LP's'.
Een ingrijpender en gevaarlijker ontwikkeling is het gegeven dat het succes van de MP3's en iPods bij de jeugd en de daaraan gekoppelde voorkeur voor 'zappen' ervoor zorgt dat de samen- hang van het album verdwijnt. En er wellicht toe leidt dat bands en artiesten geen albums meer maken op de traditionele wijze. Immers, een jongeling noemt zich tegenwoordig al fan van Led Zeppelin als hij of zij 'Stairway to Heaven' op de iPod heeft staan. Iets waartegen Steven Wilson van Porcupine Tree recent op onze mainsite ´ProgLog AFTERglow´ ageerde. Je bent een fan als je de gehele catalogus van een band in officiële vorm bezit en niet een paar losse tracks, als je weet welk nummer na nummer 4 komt, het bijbehorende boekje spelt en precies weet wie het album waar en wanneer heeft opgenomen en wie er op meespelen. Dat weten velen tegenwoordig niet meer. De echte fan is aan het verdwijnen en daarmee de synergie, structuur en zelfs de noodzaak van een album.

En als de luisteraar er al toe beslist om een album integraal te downloaden dan laat de techniek het toe om de tracks in die volgorde te zetten die je het beste uitkomt of die je het lekkerst vindt klinken. Al heeft de artiest na een zorgvuldig wegingsproces er bewust voor gekozen om een bepaalde compositie het album te laten aftrappen, de luisteraar zet de track doodleuk aan het einde. Het concept-album zat al in het verdomhoekje maar verwordt in deze werkwijze tot een boek waarin de bladzijden in de verkeerde volgorde zitten of waarbij je eerst het einde leest om te zien wie de moord heeft gepleegd om daarna eventueel de rest van het boek te lezen.
Ik moet er niet aan denken dat ik in de toekomst geen CD's meer zou kunnen kopen en mij zou moeten verlaten op downloaden. Hoe zit het dan met de prachtige booklets, teksten en andere hoesinfo? Ook downloaden van het net? Wat een armoe. Om nog maar niet te spreken over het stijgen van de prijzen van de tweede hands CD's. Die worden binnen deze muziekcultuur allen tot een 'collectors item'.
Is het tij nog te keren? Wellicht met een advies dat ik u overi- gens, om andere redenen, ook zonder deze dramatische ontwik- kelingen zou hebben gegeven: blijf zoveel mogelijk CD's kopen en stop met kopiëren en downloaden. Wij grijsaards zijn immers met velen. Maar ik vrees met grote vrezen ... JoJo (02-2008)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap11
HATFIELD IN VLAARDINGEN



Breaking News ...... Hatfield and the North in De Harmonie in Vlaardingen. Alleen dat was wel op 16 april 1975. Ik moest er deze week aan denken toen ik er langs reed. En dat doe ik niet zo vaak. Een Schiedammer heeft het namelijk niet zo op Vlaar- dingen ... bij wijze van spreken.
De Harmonie was een kleine zaal bij de Stadsgehoorzaal in Vlaardingen. Er konden zo'n 250 man in en die waren er ook op die gedenkwaardige avond. Natuurlijk was ik er ook. Ik woon en woonde niet alleen om de hoek in Schiedam maar was en ben een adept van de Canterbury scene en dus ook van Hatfield and the North. Zo toog ik met een drietal vrienden naar de stad der Haringkoppen. De entree bedroeg 3 gulden 50. Erg laag, ook voor die tijd. Zoals de plaatselijke krant Het Vlaardingsch Dagblad vooraf schreef "de prijs is laag door de bereidwilligheid van de artiesten die het brengen van hun kreativiteit belangrijker vinden dan het overcommercieel maken van muziek".
In het voorprogramma speelde saxofonist Lol Coxhill, die eenzaam solo speelde. Hij ging tekeer als een beest, dat weet ik nog wel, al kan ik de muziek niet goed meer voor de geest halen. Gespannen als ik was, wachtend op de hoofdact. En toen betrad Hatfield het podium in de gouden bezetting van Stewart, Sinclair, Miller en Pyle. Vriend Jan van Velzen had stiekem een cassette recordertje mee naar binnen gesmokkeld, hetgeen niet zo moeilijk was in die tijd, en nam het concert heimelijk op met het apparaat half onder zijn geborduurde Afghaan. Het heeft geleid tot een abominabele kwaliteit met zelfs Jan's hartslag tussen de tracks door ... maar dit terzijde, al speelt het opnemen nog een onverwachte en voor ons historische rol op deze avond.
Hatfield trapte af met een uur voor de pauze, waarin tracks van het debuutalbum werden gespeeld, aangevuld met improvisaties. Na de pauze speelde men 'The Rotter's Club' integraal en op een fenomenale wijze, waarbij vooral Dave Stewart excelleerde op toetsen. Ik vond het concert zo briljant dat het album de dagen erna steevast de draaitafel sierde.
In de pauze van het concert gebeurde er iets memorabels. De bandleden moesten van het podium af naar de kleedkamer recht vooruit door de zaal lopen, tussen het publiek door. Vriend Van Velzen, u weet wel van die illegale opnames, zat aan het gangpad en opeens bleef Richard Sinclair staan en sprak hem aan over de cassetterecorder die onhandig verborgen op de schoot lag. Op een of andere manier was hem dat opgevallen en dat liet hij merken terwijl hij de recorder schouwde en ons onderwijl vroeg wat wij van het concert vonden. Wij waren betrapt geschrokken en natuurlijk lam geslagen doordat Sinclair ons aansprak. Sinclair !!!! Hij schatte de krakkemikkige opnameapparatuur blijkbaar als ongevaarlijk in, zei "Enjoy the concert" of woorden van gelijke strekking en beende weg naar de kleedkamer, zijn kompanen achterna en ons antwoord over de kwaliteit van het concert niet eens afwachtend.
Ik zal dit nooit vergeten en uiteraard het briljante concert ook niet. Het is de enige keer dat ik Hatfield live zag, al heb ik Richard Sinclair nog een aantal malen zien optreden met Caravan. Een memorabele avond, in Vlaardingen notabene. Harry 'JoJo' de Vries

Dit artikel werd eerder door JoJo gepubliceerd op Canterbury Scene

DISTRIBUTED BEING ProgSoap10
IN MEMORIAM: RUUD (1956-2007)

Donderdag 22 november jl. overleed plotseling Ruud, een goede vriend, van vroeger. Zo maar, van het ene moment op het andere. Hij was slechts 51 jaar en laat een prachtig gezin achter. Onwe- zenlijk. Onredelijk. En ik ben boos. Ik ben niet gelovig, streng atheïstisch zelfs. Mocht ik het bij het verkeerde eind blijken te hebben - ook ik weet het immers niet zeker; ik geloof dat er geen God bestaat - en ik kom de Schepper nog een keer tegen dan laat ik hem (of haar) alle hoeken van de grote kamer die Hemel of Hel heet zien. "Hoe haal je het in je botte hoofd om, naast alle mondiale ellende die je maar laat voortduren, een goed mens van maar 51 plotsklaps te laten overlijden?" Dat zou ik de Schepper toeschreeuwen. Om na het gegeven antwoord een fikse klap uit te delen. En dan laat ik mij nog voorzichtig uit ... Als ik het antwoord al afwacht.
In deze poel van ellendige emoties, schemeren en schitteren echter toch al weer wat lichtpuntjes ... namelijk de herinneringen. Zoals de trouwe bezoekers van AFTERglow en de sidekickpage Distributed Being weten, gaat deze rubriek over gebeurtenissen in het dagelijks leven van de redacteuren, daar waar er een relatie ligt met progressieve rock. Waar zit de relatie met de muziek in dit trieste relaas?
Het antwoord is simpel: Ruud was een liefhebber van de prog- en symfo: het oude Genesis, King Crimson, Frank Zappa, Caravan, Yes en vooral Pink Floyd. Hoewel mijn relatie met hem niet meer de intensiteit van vroeger had, was hij vaak in mijn gedachten. Als ik aan vakanties met hem in Spanje dacht, aan de schooltijd, Café de Quibus in Schiedam, het voetbal bij Hermes DVS, aan de vele feesten uit de jaren zeventig en tachtig en natuurlijk als ik genoemde muziek beluisterde.
Pink Floyd loopt en liep als een rode draad door ons vriendencultuurtje. Zoals ik al eerder schreef, Floyd stond niet alleen garant voor briljante muziek, het was een soort levens- wijze. Je dacht 'Floydiaans'. Dat gold ook voor Ruud. Bovendien kende hij als geen ander teksten integraal uit het hoofd en zong en declameerde ze regelmatig. In de kroeg, de fietsenstalling van school of zo maar op straat kon het gebeuren dat hij spontaan uitbarstte in de tekst van 'Billy The Mountain' van Zappa, inclusief de rare uithalen en fratsen van zangers Mark Volmann en Howard Kaylan. Of in 'Dancing with the Moonlit Knight' van 'Selling England by the Pound' van Genesis en niet te vergeten 'Epitaph' van King Crimson. En natuurlijk de tekstflarden van 'Echoes' van Floyd of 'Shine on you Crazy Diamond'. Hij kende ze allen uit die prachtig geboetseerde kop.


En wat te denken van het gedenkwaardige moment dat ik samen met hem en een aantal anderen half jaren zeventig naar Hal4 in Rotterdam toog om daar op een groot scherm de film 'Pink Floyd at Pompeiji' te aanschouwen. Ruud probeerde zo'n belevenis ook in gebaar beeldend te maken. Wij zaten daar in een zaal met publiek en ik zal nooit vergeten dat hij ineens opstond tijdens de astrale track 'Careful with that Axe Eugene' daar waar Roger Waters agressief op die manshoge gong slaat, en synchroon met Waters en precies getimed die slaande beweging op een denkbeel- dige gong maakte. Hilariteit alom.
Ook maakten wij de reis naar Londen om daar in 1980 in Earl's Court 'The Wall' te zien. Ik heb de foto's en dia's voor mij liggen. Volgens mij heeft Ruud het 'luchtgitaar' spelen avant la lettre uitgevonden want hij speelde met David Gilmour mee tijdens diens geweldige solo in 'Comfortably Numb' en deed dat nog eens dunnetjes over toen wij nadien dezelfde show van Floyd nog een keer zagen in Dortmund. Kortom: Ruud was heel veel, maar hij was ook muziek. Jammer dat hij zijn eerste schreden op het actief spelen van muziek nooit heeft doorgezet. Hij was immers de enige en eerste op school die warempel een Farfisa orgel had. Dat was jaloersmakend ...
Het is allemaal over ... of nee ... het is helemaal niet over. Alle herinneringen zijn er nog, levendiger dan ooit. Ik zal hem nooit vergeten. Ruud: he's at The Darkside of the Moon (and the moon is mine). Harry 'JoJo' de Vries (11-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap9
DE ROTTERS CLUB

Een aantal weken terug liep ik in de prima boekhandel Donner in Rotterdam. Zo'n literaire verzamelplaats waar ik uren zou kunnen doorbrengen. Ik had reeds mijn slag geslagen op de verdieping waar de romans te vinden zijn en had voor mijn werk de almaar uitdijende afdeling 'Management' bezocht waar ik steeds vaker de indruk krijg dat iedere schrijver van dit soort boeken direct als een 'managementgoeroe' wordt gepresenteerd.
Net toen ik het pand wilde verlaten viel mijn oog op een roman met de titel 'De Rotters Club', geschreven door Jonathan Coe. "De Rotters Club?" dacht ik, uiteraard direct associërend met het briljante gelijknamige album van Hatfield and the North. Deze gedachte natuurlijk meteen uit het hoofd zettend want welke romanschrijver zou immers een progrockband uit de jaren zeventig als subject van zijn boek kiezen. Dat zou niet echt verkopen, zo was mijn indruk. De nieuwsgierigheid was echter gewekt.

Ik nam het boek in de hand, las de flaptekst en bladerde gehaast door het lijvige geheel. En wat schetste mijn verbazing: bij wijze van spreken op iedere pagina kwam ik namen tegen van Yes, Jethro Tull, Pink Floyd, Robert Wyatt, Henry Cow, King Crimson. Bovendien bleek het verhaal gelardeerd met songteksten van 'Tales from Topographic Oceans' en maakten de hoofdperso- nen verwijzingen naar tracktitels van de albums van Hatfield and the North. Hoewel ik een fervent lezer ben, zei de naam van de schrijver mij slechts vaag iets. Toch besloot ik, al was het alleen maar vanwege de titel en de verwijzingen, om het boek snel aan te schaffen. En dat bleek nadien absoluut geen verkeerde beslissing.
Het boek geeft een prachtige zedenschets van de jaren zeventig en vertelt het verhaal van vier schoolvrienden die de wereld, de meisjes, het leven en ook de muziek ontdekken. En, het zal u niet verbazen, dan met name de progressieve en symfonische rock uit die tijd. Zoals het een groepje vrienden in de puberteit betaamt willen zij hun stoerheid benadrukken door het kiezen van een naam voor hun vriendencirkel. En die naam wordt, u raadt het al, 'De Rotters Club'. Ik verslind het boek op dit moment. Goed geschreven, beeldend en het is voor een liefhebber van progrock natuurlijk een weldaad. En wellicht het belangrijkste, ik herken mij zeer in deze groep van middelbare scholieren. Ook ik maakte van een vergelijkbare groep deel uit, in diezelfde periode en met soortgelijke hobbies en voorkeuren: de kroeg in, muziek maken, prog en symfo beluisteren, onze favoriete bands nareizen en al doende het leven en de meiden leren kennen.
Kortom, het boek van Jonathan Coe is een feest der herkenning en maakt op die wijze uiteenlopende emoties bij mij los. Het mooie is dat het boek ten tijde van verschijnen in 2000 zelfs topverkoop- cijfers haalde. Een heerlijke gedachte want dat betekent dat veel lezers die niets met prog of symfo hebben, er al lezend toch mee te maken hebben gekregen. Wellicht heeft dat nog wat zieltjes gewonnen voor onze favoriete muzieksoort.
Voor een ieder die zijn pre-adolescentie in de jaren zeventig beleefde en fan is van progressieve rock, is dit boek een abso- lute 'must'. Ik ga snel verder lezen en ga vanavond 'The Rotters Club' van Hatfield beluisteren. De klok terug, mij verbeelden dat ik nog jong ben. JoJo (11-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap8
OUTCAST OF THE ISLAND

Afgelopen week was ik op vakantie op het onvolprezen Terschel- ling. Op een Waddeneiland en dat nog wel een paar dagen nadat de literaire held van mijn jeugd Jan Wolkers was overleden, op het bijna belendende eiland Texel. Daar werd zelfs in het lief- tallige Terschellingse dorpje Midsland aandacht aan besteed in de plaatselijke boekhandel.
Op vakantie gaan betekent voor mij ook een boxje samenstellen met CD's die mee moeten. Dit keer waren oog en oor gevallen op ondermeer de nieuwe albums van Abigail's Ghost en Black Bonzo, oudjes zoals Fish met 'Raingods with Zippos', Jack Bruce met het geweldige liveoptreden uit 1975, altijd Nick Drake dit keer met 'Five Leaves Left', altijd Pink Floyd nu met 'The Division Bell' en een album dat al heel lang niet was beluisterd namelijk 'An Outcast of the Islands' van Colin Bass. Een lekker werkstuk met helaas een significant aantal zeurnummers zoals 'Denpasar Moon'. Meegenomen om het eilandgevoel te bekrachtigen zal ik maar zeggen al heeft de landerige, zweterige sfeer van de exotische eilanden die Bass bezoekt maar weinig van doen met de tot fietsen, vliegeren en wandelen aanzettende kilte en wind van Terschelling.


Verblijvend in een mooi vakantiehuis met de clichématige naam 'De Fazant', traditioneel tijdens de herfstvakantie tezamen met uiteraard vrouw, kind, zwager, schoonzus en alweer een kind deed zich op een avond de volgende onheilspellende gebeurtenis voor. Een deel van de familie vond het nodig te kijken naar het televisieprogramma 'Op zoek naar Evita', een soort 'musical idols' waarin men op zoek gaat naar een hoofdrolspeler voor de nieuwe Nederlandse musical 'Evita'. Uiteraard onder het toeziend oog van de onvermijdelijke Joop van den Ende. U weet wel die man die alles terugbrengt tot oppervlakkige rotzooi en die het nu zelfs waagt de bijna-prostituee en licht fascistoide Evita Perron tot object van entertainment te maken. Niet alleen dus via die op handen zijnde musical maar ook nog via een gelieerd TV-program- ma waarbij de dubieuze referenties van Evita Perron natuurlijk volledig onbelicht bleven.
Uiteraard had ik besloten niet naar dit verschrikkelijke amuse- ment te kijken en mij enigszins van de groep afgescheiden aan de eettafel genesteld. De box met prog- en symfoalbums voor mij, een fles rode wijn binnen mondbereik, de discman op het hoofd en op dat moment luisterend naar Gazpacho's 'Night'. Want die mocht ook mee.
In die context ontstond er een wat surrealistische setting. Ik luisterend naar progrock waarvan een deel van de aanwezige familie, niet gehinderd door enige kennis, vindt dat het een soort muzikaal fossiel uit een verre tijd is. Zij gezeten voor de tele- visie. Ik wetend dat wat zich op dat scherm afspeelde mijlenver afstaat van waar ik naar luisterde. Zij denkend "hier gebeurt het, hoe kun je daar nu niet in geinteresseerd zijn?" Misschien dacht ik dat ook wel. En dan de flarden typische musicalzang die tijdens de stilte tussen de tracks van Gazpacho doorsijpelden in mijn oordopjes. Als indringers, opdringerig, bijna indoctrinerend, zoals het de hedendaagse media betaamt.
Ik hoorde er op dat moment niet bij. Ik was volkomen geïsoleerd van de rest. Kijkend in mijn box met CD's waarin de zijkant van het album van Colin Bass goed leesbaar was met daarop de titel 'An Outcast of the Islands'. Inderdaad. Een perfecte beschrij- ving van mijn gevoel op dat moment, in die kamer, in dat huis op Terschelling op een kille avond in oktober. Een outcast, dat was ik. JoJo (10-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap7
WEG MET DE SUPER JEWEL BOX

Het opbergen van alle CD-aankopen en zelfs af en toe vinyl levert nogal eens problemen op. Waar laat je het allemaal? Ik heb daar inmiddels een effectieve oplossing voor gevonden. Zo is er een zelf ontworpen cd-kast met ruimtebesparende schuifladen door een meubelmaker gefabriceerd en beleef ik nog steeds veel plezier aan de opengewerkte CD-kastjes met plankjes. Waarom zijn die zo mooi? Omdat alle CD's in volle glorie en op alfabet te aanschouwen zijn en de zijkantjes met de albumtitels zo schitterend staan te pronken. Hoe mooi is het immers om hele rijen met 'Pink Floyd', 'Porcupine Tree' of 'Frank Zappa' netjes en in slagorde te zien staan, klaar om bekeken of beluisterd te worden. Hoewel ... dat laatste ... het is al heel mooi om ze te zien staan ... draaien hoeft niet eens ...
Ik ben echter een structuurfetisjist en raak wat van slag als de met mijzelf afgesproken structuur wordt doorbroken. Het is nog net niet zo erg dat ik in supermarkten een scheefstaand en dus dissident pak hagelslag rechtzet maar het komt in de buurt. Ik erger mij er in ieder geval wel aan. Eenzelfde gevoel heb ik bij het opbergen van alle geluidsdrager in huis. Het moet recht staan, geordend, op alfabet, dissidenten worden niet geaccepteerd, kortom de rijen moeten gesloten zijn. Helaas lukt dat niet altijd. Zo heb ik in de loop der jaren wanhopig oplossingen moeten zoeken voor digipacks, boxen, promo's en speciale uitgaven met een afwijkend formaat van bijvoorbeeld King Crimson, Fish, Supersister, Alquin en Peter Gabriel. Die 'vervuilen' het beeld immers en krijgen dan noodgedwongen een aparte plaats alwaar op dat moment weer keurige systematiek kan ontstaan. Orde moet er tenslotte zijn!



Ik hou mijn hart echter vast voor een nieuwe ontwikkeling: er is een nieuw ontwerp voor het plastic CD-doosje. Het heet de 'Super Jewel Box' (de boosdoener is hierboven afgebeeld). Ik heb er al een paar bij De Plaatboef en bij Plato in Rotterdam zien staan en ik heb er zelfs een in huis. Het prima album 'Things Buried' van Richard Barbieri is namelijk getooid in zo'n nieuwerwets ding. En dat ontwerp gaat de zorgvuldig opgebouwde, geordende en prachtige rijen met CD's visueel doorbreken. Horizonvervuiling in de eigen kamer zal het dramatische gevolg zijn.
Wat is er aan de hand? Het doosje is op een andere wijze open- gewerkt, het boekje zit er op een andere manier in en moet ook met een licht aangepaste handbeweging eruit gehaald of erin gedaan worden maar wat erger is .... het doosje vormt aan de voor- en zijkant geen geheel meer!! Uit de hoeken zijn hele hap- pen genomen waardoor ook de prints niet meer doorlopen. De visuele systematiek van de zijkant gezien klopt dus niet meer als alle CD's in de kast staan te pronken. Hele happen bederven het aanzicht. En ook de esthetiek van het door de voorkant schij- nende boekje is beduidend minder.
Een ramp is zich derhalve ongemerkt aan het voltrekken. Onge- merkt maar ook zonder overleg. Wordt ons veelkopers van muziek iets gevraagd? Ik dacht het niet. De barricades moeten we op, de toegangsdeuren van platenmaatschappijen en fabrieken moeten worden afgesloten. 'Weg met de Super Jewel Box' zal op onze spandoeken te lezen zijn. Het barre tij moet worden ge- keerd. Structuurfetisjisten verenigt u!! JoJo (10-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap 6
HET IS IETS MINDER MAG DAT?

Toeval bestaat niet, zo bleek mij deze week uit een aantal gebeurtenissen die toch wel heel erg met elkaar te maken lijken te hebben.
Zo had ik gisterenavond vrienden te eten. Ik schreef al eerder dat ik het heerlijk vind te koken en de hele avond aan tafel te hangen, het leed van de wereld doornemend en natuurlijk naar muziek luisterend. Eén van mijn disgenoten zoekt zijn muzikale heil in de singer/songwriters hoek. John Hiatt, James Taylor en Nick Cave scoren hoge ogen bij hem. Toch is hij niet wars van progressieve rock: Pink Floyd kan hem zeer bekoren en zo af en toe het oude Genesis. Toch heeft hij een uitgesproken mening over de prog en symfo in het algemeen. Zo liet ik hem Dream Theater horen, leende ik hem ooit een schijf van The Flower Kings (zeker ook niet mijn favoriet) en draaide gisterenavond IQ. Hij zei "het is wel mooi, het zit goed in elkaar maar het is allemaal zo veel" en "kan het niet wat minder". Ja, daar zit natuurlijk wel een kern van waarheid in. Prog- en symfonische rock: het is door- gaans niet weinig wat je hoort, zeg maar gerust (of ongerust): vééééél!!
Een tweede situatie die met overdaad of juist met de essentie te maken heeft, is het feit dat ik op dit moment Marga Minco aan het herlezen ben. Moest 'Het Bittere Kruid' vroeger verplicht op de literatuurlijst van school staan, daarna ben ik haar echt gaan waarderen. Zij is namelijk de meesteres van het weglaten. Er staat geen woord te veel. Wat overblijft is 'kern' dus datgene wat werkelijk belangrijk is. Dat is ook de reden dat haar boeken zoals 'De Val' en 'Nagelaten Dagen' uiteindelijk zo dun zijn: alles = kern.
En wat schetste mijn verbazing toen ik in de VPRO-gids van afgelopen week een interview las met David Sylvian in verband met het radioprogramma 'De Nacht van Sylvian'. Ook hij sprak over de kunst van het weglaten. Het toeval raakte mij zo dat ik zelfs besloot om het volgende citaat op onze mainsite ProgLog AFTERglow te vermelden: ""Stilte is het beginpunt, de basisvoor- waarde waaruit ik werk. Muziek is geluid in een veld van stilte. Muziek, geboren uit stilte. Componeren is een proces. Soms merk ik: het is teveel. Ik moet dan terug, weghalen wat niet noodzake- lijk is. Hoeveel kun je weghalen, dat vind ik interessant". Aldus Sylvian.

Een vierde voorval lag in de omstandigheid dat ik, ook al deze week; dat maakt het allemaal zo bijzonder - om zakelijke redenen een oud artikel dat ik in 1999 schreef voor het kunstblad 'Musis' uit de archieven moest diepen. Daarin memoreerde ik 'De Beweging van Nul (0)', een kunststroming die ook al terug wilde naar de essentie en probeerde het 'nulpunt' te bereiken. Ik stelde daar de vraag "Is het Ei van Brancusi de absolute oervorm die zelfs een kip doet besluiten geen ei meer te leggen?" Alles is in die oervorm gezegd: minder kan niet.
Een vijfde gebeurtenis, reden voor mij te vermoeden dat toeval niet bestaat, was de aankoop gisteren van 'Neroli' (1993) van Brian Eno. Een paar akkoorden of tonen eigenlijk die een uur lang licht modificerend worden herhaald. Een hallucinerend werkstuk dat tot op het bot uitgeklede muziek bevat. Minder kan niet. Minder is meer in dit geval.
Vanochtend viel de nieuwe VPRO-gids op de deurmat en toen wist ik zeker dat toeval niet bestaat. De gids bevat namelijk een interview met ons aller Robert Wyatt, ook al in het licht van het radioprogramma 'De Nacht van ...' En wat zegt Wyatt daarin "Slijpen aan de noten. Ik heb geen methode, geen systeem, geen elegante theorie - ik weet eigenlijk niet hoe het werkt. Ik ga gewoon net zolang door tot ik alles eruit gehaald heb, de onzin, het niet noodzakelijke" en refereert ook nog aan de beeldhouwer wiens beeld al in de steen zit maar die alleen de rommel nog even moet weghalen. Wyatt: ook al terug naar de essentie dus.

Ik ga die vriend van mij binnenkort tijdens een vervolgetentje de werken van Brian Eno zoals 'Music for Films' en 'Music for Airports' en vooral 'Neroli' laten horen en dan vraag ik hem "Het is iets minder. Mag dat?" En daar tikken we dan onderwijl oergezellig een eitje bij ...
JoJo (10-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap 5
SORRY NICK ...
Het afgelopen weekeinde zat ik 'opgesloten' in Hotel Vennendal te Nunspeet met dertig apothekers om hen te helpen een visie- en strategie te bepalen voor de komende jaren. Vennendal is een hotel midden in de bossen, waarbij het gedrag van obers en ser- veersters een hoog Fawlty-Towers-gehalte kent. Naast de se- rieuze noten die moesten worden gekraakt, was er 's avonds veel humor aan tafel over de bediening en het eten. Maakten wij de medewerkers van het verder gezellige Vennendal belachelijk? Welnee, daar waren ze zelf veel beter in.
Twee dagen intensief en soms emotievol optrekken met dezelfde mensen vraagt 's avonds om privacy en bezinning. Een goed gevulde koffer met prog en symfo is dan, naast een goed boek, van levensbelang. Zo sierde Peter Gabriel met 'Secret World Live' (geweldig optreden) mijn discman (nee, geen iPod ellende aan mijn hoofd) en Jethro Tull's 'Thick as a Brick'. Dit laatste album moet één keer per jaar gedraaid worden en het was weer zover. Ook had ik 'Five Leaves Left' van Nick Drake bij mij.
Altijd als ik op vakantie ga of voor werk buitenshuis verblijf - en dat gebeurt nogal eens - heb ik iets van Pink Floyd en van Drake bij mij. En dan luister ik er nog niet eens altijd naar maar het moet mee. Waarom weet ik niet precies. Het geeft een geborgen gevoel en alleen het besef dat ik het op zou kunnen zetten, is al voldoende. Die zaterdagavond draaide ik Drake echter wel en hij raakte wederom de gevoelige snaar bij mij. Hoe is het toch mogelijk dat die jongen pas ver na zijn dood succesvol werd en als een soort cultheld wordt omarmd, ook in de prog en symfo? Want het is briljante muziek, zowel qua uitvoering als compositorisch, en iedere noot bevat emotie. En daar gaat het tensotte toch om in muziek ...
Hoewel Drake mijn Scotch-tapes in de jaren '70 reeds sierde ben ik een jaar of vijf terug opnieuw in hem geïnteresseerd geraakt doordat Porcupine Tree’s Steven Wilson hem als referentie noemde. Ik kocht de box ‘Fruit Tree’ met alle originele LP’s erin - een 'collector's item' - en kocht ook alle beschikbare CD’s. Bovendien verdiepte ik mij in zijn leven o.a. door het prima boek ‘Nick Drake, The Biography’ van Patrick Murphies. Hoe eenzaam de man was, bijna autistisch, hoe hij zich afsloot van de scene maar later ook van zijn directe omgeving. Hij vertrok ’s avonds naar zijn zolderkamer in het ouderlijk huis en kwam nooit meer beneden. Zijn moeder vond hem dood op bed.
Het is de zolderkamer die de hoes van ‘Five Leaves Left’ enige malen laat zien. En waar kijkt Nick door het raam naar? Naar zijn zus, actrice Gabrielle Drake, met wie hij goed kon opschieten en die wellicht door de tuin liep? Of was het toch geposeerd? En dan die rennende typische Engelsman op de achterklap van de hoes, ook al geen acht slaand op Drake die tegen een muur hangt. Ik kan er uren naar kijken.
Drake ging, naast persoonlijkheidsstoornissen, gebukt onder het uitblijven van succes. Met terugwerkende kracht voel ik mij daar mede schuldig aan. Verzuimde ik immers ook niet om vijfendertig jaar terug zijn albums te kopen? Ik beperkte mij tenslotte tot 'downloaden avant la lettre' en nam zijn albums 'illegaal' op via mijn Akai X-165D bandrecorder. Dat zal niet hebben bijgedragen aan zijn succes. Sorry Nick ... Maar ook bedankt Nick ... dat je mij zelfs in de bossen van Nunspeet, 35 jaar later, nog een intrigerend uurtje hebt bezorgd. JoJo (10-2007)

Een deel van deze ProgSoap verscheen eerder op ProgLog AFTERglow in de serie 'HoestoBlame'


DISTRIBUTED BEING ProgSoap 4
ZIJ VAN SITTON


Kinderen zijn onbevangen, nog niet al te veel beinvloed door denken in hokjes, stromingen en 'do's and dont's' in bijvoorbeeld de muziek. Dat komt later wel, vanaf de puberteit of in ieder geval de middelbare school. Dan krijg je als puber het gevoel en de onbedwingbare behoefte om ergens bij of ergens juist niet bij te willen horen.
Ik herinner mij als de dag van gisteren dat er, ten tijde van mijn woelige zeventiger jaren op Scholengemeenschap Schravenlant te Schiedam en het onderwijl langzaam ontluikende bezoek aan het uitgaansleven, sprake was van grofweg twee stromingen in die geweldige Jeneverstad: je behoorde tot het subcultuur- tje 'soul' en dan ging je naar Dansschool Sitton aan de Lange Haven; dan wel je behoorde tot het subcultuurtje 'blues' en dan ging je naar Café De Quibus, bij toeval ook gevestigd aan de Lange Haven. Een behoorlijk alternatieve 'place to be' met veel liveoptredens, toen en overigens nog steeds.
De eerste groep bestond uit jongens en meisjes gekleed in nette, soms glimmende broeken met een vouw en wijde pijpen, schoenen met plateauzolen en nette, bijkleurende overhemden of blouses. Uiterlijk 'Ad Visser' zal ik maar zeggen. Zij luisterden naar disco en soul en daar wilde ik op geen enkele manier mee geassocieerd worden.
Ik behoorde dan ook tot de tegenpolen en tooide mijzelf, gelijk mijn vrienden, in zo oud mogelijke spijkerbroeken met gebor- duurde herstelstukken erop, overhemden met bloemetjes- motieven en psychedelische ruches, liefst een beetje vet lang haar en jassen als Joppers en Afghanen. Vooral die jassen verspreidden met name bij vochtig weer een ondraaglijke lucht in schoolgarderobe en kroeg. Dan hoorde je er echt bij: als je stonk. Mijn groep met gelijkgestemden luisterde eigenlijk naar alle prog - al bestond dat woord toen dacht ik nog niet - en symfo zoals die op ProgLog AFTERglow nog steeds wordt besproken en had een uitgesproken voorkeur voor Pink Floyd. Een joint op z'n tijd maakte dat beeld compleet. Afwijkende muziekvoorkeuren werden niet meer getolereerd. TopPop artiesten waren voorbe- houden aan de tegenpartij: "Zij van Sitton".
Kinderen van onder de tien vertonen dat 'wij-zij' gedrag nog niet. Mijn zoontje illustreert de afwezigheid van dat gedrag met enige regelmaat en dat levert thuis soms vermakelijke situaties op. Ik beperk mij even tot muziek. Zoon Stijn (9 jaar) is sinds een aantal maanden een fervent liefhebber van Blackfield - met name het tweede album - en Porcupine Tree's 'Fear of a Blank Planet. Er zijn dagen dat die albums op alle vrije uurtjes uit zijn kamer schallen. Ik vind het prachtig te horen dat die klassemuziek hem nu al aanspreekt. Maar hij bestaat het zonder enige schroom en schaamte om tegelijkertijd ook te luisteren naar Jamai, Ch!pz, muziek van De Kameleon en in mijn oren discogeoriënteerde rommel op zenders als Jetix. Zijn onbevangenheid is nog dermate in tact dat hij er absoluut niets verkeerds in ziet om zowel te luisteren naar Steven Wilson's superprog als naar muziek die in mijn ogen door de tegenpartij wordt gemaakt. Soms ben ik jaloers op die open en onbevangen blik. Ik moest al heel wat overwinnen om het plaatje boven dit artikel samen te stellen ... Maar vaker denk ik iets anders. Ik hoop zoonlief namelijk ooit te horen zeggen "Zij van Sitton". JoJo (09-2007)

DISTRIBUTED BEING Progsoap 3
BLIJF MET JE FIKKEN VAN PINK FLOYD AF

Op vrijdagavond, als de agenda het toelaat, probeer ik altijd iets bijzonders te koken. In de keuken staan en koken is bijna net zo inspirerend als luisteren naar progrock. Creatief zijn, gekke combinaties maken, nieuwe gerechten uitproberen, koken voor vrienden en de hele avond tafelen en het leven bespreken. Op de vrijdagavond kook ik doorgaans voor partner Marlies, onvermij- delijk gelardeerd met 1 of 2 of .. flesjes goede wijn.
Het diner sluit ik steevast af met luisteren naar een of ander album dat ik haar graag wil laten horen. Zij is niet zo'n progger maar kan toch wel veel waarderen zoals het oude Genesis, Pink Floyd, Alan Parsons, Jethro Tull en relatieve nieuwelingen als IQ, Porcupine Tree en Blackfield. Ik probeer haar dan de schoon- heid van een solo, een overgang of een compositie te laten proeven. Aangezien zij ook muzikante is, komt de culinaire luistersessie regelmatig uit op bespiegelingen over akkoorden- schema's en muzikaal-technische aspecten.
Vanavond aten wij een Marokkaans rundvleesgerecht uit de tajinne - u kent dat wel zo'n pan a la schaal met zo'n punthoedje erop; een fez zoals u wilt - en had ik gekozen voor een dessert van 'Trick of the Tail' van Genesis en een kwartiertje met het hallucinerende nummer 'The Low Spark of High Heeled Boys' van Traffic. Welke laatste track nooit zo goed zou zijn geweest als Winwood, Capaldi en Wood cs. geen drugs tot zich hadden genomen. Het 'Hey Jude' effect zoals ik dat altijd noem. Dit stukje had immers ook nooit zo goed kunnen zijn zonder de inname van de gememoreerde wijn.

Het was inmiddels al laat geworden en de televisie ging nog even aan. Het journaal - zou Wilders overigens ook weleens Marok- kaans eten? - en daarna zappend over de zenders. En wat ik toen tegenkwam in een of ander glamourprogramma van een com- mercieel, schetste niet alleen mijn verbazing maar ontwikkelde een hoge mate van irritatie. Een item over een tournee van het Noord Hollands Orkest waarbij soapie Anthonie Kamerling en de oud Kayakker Bert Heerink "Pink Floyd zingen". Ze zouden de komende minuten ook wat impressies laten horen. "Dit moet direct af" riep ik en "dit wil ik niet horen" schalde het door de kamer.
Nu moet u weten dat ik een aantal jaren terug zo'n beetje het Schiedamse Theater aan de Schie ben uitgekeken en uitgezet omdat ik driewerf en luid "boe" riep tijdens een uitvoering van 'Tommy' van The Who door de Marinierskapel en ook al weer die verschrikkelijke Bert Heerink. "Boe" roepen mag blijkbaar niet meer terwijl het eeuwen heel normaal was dat je ook je afkeuring laat blijken in het theater. Iedere theatervoorstelling in Nederland eindigt tegenwoordig met een staande ovatie, terwijl je dat in mijn ogen reserveert voor uitzonderlijke prestaties. Aan die uitvoering van 'Tommy' lag overigens Joop van den Ende ten grondslag en zoals u weet verandert alles wat die man aanraakt in treurniswekkende oppervlakkigheid. Dat gold ook voor zijn 'Tommy'. Wat was dat slecht. Ik haakte al enigszins af toen een bejaard echtpaar naast mij vertelden dat zij hoopten dat het net zo spectaculair zou worden als 'The Phantom'. En ik kon niet anders dan "boe" roepen toen er rond hoofdfiguur Tommy een punk met een hanenkam op het toneel verscheen. Beste (nou ja beste) Joop: de punk bestond nog niet ten tijde van 'Tommy'. En nu dus Pink Floyd op de korrel door het foute deel der natie ....
Ik besloot snel door te zappen omdat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wist dat het tot een verkrachting zou leiden van al het moois dat Floyd gemaakt heeft. Ik erger mij al vele jaren aan allerlei mensen die Pink Floyd ineens ontdekt hebben en ten tijde van het Floyd-imperium naar The Village People luisterden en naast Floyd ook schijfjes van René Froger en Robin Williams hebben staan in de verder voornamelijk met 'shabby downloads' gevulde muziekkast. Ooit bij toeval tegen een mooie track aangelopen van Floyd en dan zeggen dat ze fan zijn. Als ik ze dan eens de minder bekende en doorgaans briljante kant van Pink Floyd laat horen haken ze af. Daar kunnen de tere toppopzieltjes niet tegen natuurlijk. Pink Floyd pik je niet zo maar even van de straat potverdomme. Floyd was voor mijn vrienden- kring en mij een levenswijze, een filosofie bijna en je moest er wat voor doen om tot de 'incrowd' te behoren. En dan hebben nu zelfs de commerciëlen en de musicalsterren Floyd ontdekt. Het loopt fout af met de wereld; dat kan niet anders.
Wellicht dat Pink Floyd er ongewild debet aan is dat dit dieptepunt - de recensies zijn overigens zoals te verwachten viel matig tot slecht - bereikt wordt: ze zijn immers wel erg groot geworden in al die jaren. Daar kon Roger Waters al niet tegen. Was het maar 'underground' gebleven en gekoesterd door een klein, select cultpubliek. Het meeste wat ondergronds blijft en niet te groot en bekend wordt blijft goed. In die zin mogen wij ons gelukkig prijzen dat de prog- en symfo nog steeds enigszins in de schaduw opereert. Je moet er immers niet aan denken dat Joop van den Ende op een dag 'Voyage 34' van Porcupine Tree ontdekt of 'Victor' van Rigoni and Schoenherz. Blijf in ieder geval met je fikken van Pink Floyd af!! JoJo (09-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap 2
MUZIEK IN DE FILE OF TERWIJL U WERKT

Vandaag moest ik een managementtraining geven in Utrecht, in de altijd drukke maar nooit gezellige bunker die Jaarbeurs heet. Een reisje Schiedam-Utrecht kan uit en thuis in veertig minuten zijn gepiept. Maar dat lukt maar zeer zelden. De onvermijdelijke files zorgen ervoor dat ik er twee uur voor moet uittrekken. Je moet er immers niet aan denken dat er een groep van vijftien cursisten op je zit te wachten omdat je te laat bent. Dus je houdt rekening met vertraging en soms denk ik weleens "potver3 geen file, nu ben ik veel te vroeg".
Somber weer, sombere gezichten naast mij in de andere auto's, hoewel er zo af en toe een heel aardig gezicht voorbijkomt .... Om naast de actualiteit van Radio 1 en het plegen van een telefoontje de tijd nuttig door te brengen, heb ik altijd een cd-wisselaar gevuld met minimaal drie albums. Vandaag waren dat 'The Hemulic Voluntary Band' van Ritual, 'Night' van het ook al Noorse Gazpacho en 'Sound of the Apocalypse' van het Zweedse Black Bonzo. Drie sterke albums maar daar komt ProgLog AFTERglow binnenkort op terug.
Waar ik echter altijd nieuwsgierig naar ben, is naar welke muziek al die koppen naast, voor en achter mij in de file zitten te luisteren. De ranzige BMW-rijder luistert naar Froger of Hazes, de VW Golfrijder stuitert uit zijn met house en hip-hop doordrenkte cabine met doorgaans beslagen ruiten, de grijze Opel naast mij zal Andre Rieu laten walsen en het kleine boodschappen Japan- nertje kan niet anders dan Celine Dion bevatten. Of zijn dit allemaal vooroordelen en luisterde die ranzige BMW chauffeur naar Frank Zappa of Dream Theater? Ik zou het graag willen weten en zin op een manier om onderweg muziek met elkaar uit te wisselen. Misschien een taxibordje op het dak waarop staat vermeld waarnaar je in je bolide luistert? Wat zouden die filecollega's eigenlijk over mij denken? Hoe zouden ze, kijkend naar mijn zwarte Citroen C5 en mijn moderne edoch grijzende uiterlijk, mijn muzieksmaak inschatten? Hoogstwaarschijnlijk zullen er maar weinigen zijn die zullen denken 'dat is een typische progautomobilist' want veel prog- en symfoliefhebbers zal de gemiddelde file helaas niet bevatten. En hoe ziet een progautomobilist er eigenlijk uit?
Wat ik in ieder geval die dag zeker te weten ben gekomen, is de muzieksmaak van een managementtrainer die in een aanpalende cursuszaal zat. Hij liet via zijn beamer een soort onderwater- opname zien, voorafgaand aan zijn cursus, ondersteund met de track 'I Hear you Now' van Jon Anderson and Vangelis. Ooit progressief, zeker, maar zo doodgedraaid en zo 'close to the edge' van wat nog betamelijk is dat het bijna ranzig is geworden. Een BMW-rijder dus. Het is ook nooit goed. JoJo (09-2007)

DISTRIBUTED BEING ProgSoap 1
VIJFENDERTIG JAAR TE LAAT NAAR BED

Zo luidt de ondertitel van het boek 'Drumsolo' (2000) geschreven door Hans Waterman, de drummer van o.a. Cuby and the Bliz- zards, Jan Akkerman Band, The Pretty Things en voor progfanaten natuurlijk van de beste progband die Nederland ooit bezat: Solution.
Twee jaar terug had ik contact met Hans Waterman over een recensie die ik over Solution schreef en over dit boek. Ik kon het namelijk nergens verkrijgen. Hij vertelde mij dat er een verzoek voor een tweede druk bij Uitgeverij Veen lag maar dat dat nog wel even kon duren. Volgens mij heeft dat helaas nooit geleid tot een vervolguitgave. Wat schetste mijn verbazing en blijdschap: ik loop afgelopen zaterdag op de Boekenmarkt in Schiedam en daar ligt het boek. Voor maar 3 euro 75. Zonder ook maar een ezelsoor lag het onbeduimeld en licht verscholen onder notabene 'Het Hitdossier' op mij te wachten.



Wat een boek is dit. Ik kan niet ophouden met lezen. Het is een intrigerend, melancholisch, vaak verrassend en soms licht shockerend boek over 'live on the road'. Het geeft een prachtig tijdsbeeld van de muziekscene in de jaren 60, 70 en 80 waarin er door bands als C&B, Q65 en The Outsiders gepionierd werd in het neerzetten van goede Nederlandse rock'n roll en blues. Waarin Waterman laat proeven hoe geweldig het was en hoe moeilijk soms en waarin hij beschrijft dat hij op een gegeven moment iets anders wilde. En dat 'andere' werd Solution. Een briljante band met briljante albums. Overigens schrijft Waterman erg goed: mooie zinnen met ritme en melodie en een gevarieerd woord- gebruik. Alsof hij muziek speelt.
Ik vind het heerlijk om boeken- en natuurlijk platen- en CD-markten af te struinen. Met een lijstje in de zak 'Ooit nog eens aan te schaffen' maar ik laat mij ook graag verrassen. Zo kocht ik zaterdag voor 1 euro op diezelfde boekenmarkt het boek 'Dum Dum' uit 1989 van Hans Dulfer. Ik betwijfel of dat net zoveel leesplezier gaat opleveren als dat boek van Hans Waterman ... JoJo (09-2007)

Reviews Numeral

21st Century Schizoid Band -
Live in Japan (2005)

Label: IcenI
Bandsite:
21stcenturyschizoidband
Duur: 79:50
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)

De doorgaans onbarmhartige Samaritaan Robert Fripp bleek opeens onvermoede sociale trekjes te vertonen en heeft enige tijd terug zijn zegen gegeven aan de 21st Century Schizoid Band. Aangezien hij zelf geen deel van de band uitmaakt mag de naam King Crimson uiteraard niet worden gebruikt. Hoewel de bezetting - o.a. Ian McDonald, Michael Giles, Peter Giles en Mel Collins als illustere leden van vroege line-ups - daar wel aanleiding toe zou geven. In plaats van Fripp, al zal Fripp dat zelf nooit zo voelen, is gitarist en zanger Jakko M. Jakszyk aangezocht.
Het draait hier om de registratie van een concert dat plaatsvond op 6 november 2002 in Japan. Dit concert was al uitgegeven als DVD en ‘Official Bootleg’ (met een rode hoes) en dan nu als ‘official release’ (met een blauwe hoes). Erg duidelijk is het allemaal niet, hetgeen ook geldt voor de rest van de discografie van deze revelatie van het oude Crimson. Maar dat mag de pret niet drukken want wat heb ik een plezier gehad met dit werkstuk. De band is uitstekend op dreef. De saxen en fluiten van McDonald en Collins scheuren en piepen als vanouds. Het baswerk van Peter Giles klinkt als vroeger en met name het drummen van Michael Giles is uitstekend met die hard gespannen vellen en het dito geluid dat zo karakteristiek voor hem was. In de huidige line-up is hij inmiddels vervangen door ook al een oudgediende Ian Wallace. Giles kon de druk en het touren helaas niet meer aan.
Het aardige en interessante van de tracklist van dit liveconcert is dat men naast de KC-klassiekers ‘In the Court of ..’, ‘I Talk To The Wind’, ‘Epitaph’ en ‘21st Century Schizoid Man’ ruimte heeft gegeven aan werk dat de afgelopen 35 jaar live niet of minder werd uitgevoerd. Zoals ‘A Man A City’, ‘Catfood’, ‘Formentera Lady’, ‘Ladies Of The Road’ en zelfs ‘Birdman’ dat bekend is van het meesterwerk ‘McDonald and Giles’ uit 1970. Hoewel men improviseert en modificeert blijft men in alle uitvoeringen toch dicht bij het origineel, al klinkt het allemaal wat minder bombastisch dan op de studioalbums. Een en ander met behoud van de mystieke KC-sfeer die de vroege albums uitstraalden. Zanger Jakszyk kwijt zich uitstekend van zijn zangtaak en dat moet niet worden onderschat want het is geen sinecure om de karakteristieke stem van Greg Lake te vervangen. Zijn gitaarpartijen zijn ook prima, al heeft hij zich niet gewaagd aan het imiteren van het Fripperiaanse geluid. Misschien maar goed ook.
Dit album laat horen en voelen dat de heren het heerlijk vonden om weer samen te spelen en het verleden te laten herleven met niet alleen de voor de hand liggende klassieke nummers. Gelukkig is dat hier niet gebeurd door een ‘Re-Crimson’ of een ‘KC Tribute Band’ - de ziekte van deze tijd - maar door mensen die wat mij betreft het voorkeursrecht hebben om dat te doen: de componisten en uitvoerenden zèlf.
JoJo (11-2005)

Bezetting:
Ian McDonald - alto sax, flute, keys, grand piano, vocals, percussion
Michael Giles - drums, percussion and vocals
Peter Giles - bass guitar, backing vocals
Mel Collins - baritone, tenor and alto sax, flute, keys, backing vocals
Jakko M Jakszyk - lead vocals, guitar, flute, keys

Discografie:
Official Bootleg Volume One London (2002)
Official Bootleg Volume Two Live in Japan (2002)
Official Bootleg volume Three Live in Italy (2003)
Live in Japan (2005)

Pictures Of A City Live in New York (2006)

Reviews X

Xaal - En Chemin (1991)

Label: Musea
Bandsite: -
Duur: 54:12
Reviewer: JoJo
Waardering: @ @ @ @ (uit max. 5 JoJo's)


Xaal is een Frans driemansschap dat helaas slechts twee albums heeft afgeleverd. Tot voor kort was mij alleen de curieuze naam opgevallen op allerlei sites. Toen ik ergens las dat 'En Chemin' een progressief meesterwerk zou zijn, vond ik het aan mijn symfomane en progressieve stand verplicht op nader onderzoek uit te gaan. Voor zover het valt na te gaan is de band opgericht in 1990 op initiatief van gitarist Jad Ayache. Op basis van hun live-optredens verdienden zij een contract bij Musea. Er lopen nogal wat lijntjes naar de illustere band Magma, de band die niet alleen unieke muziek maakte maar ook een eigen taal ontwikkelde. Zo behoorden Xaal en Magma tot dezelfde muziekscene en speelt één van de blazers van Magma, de trompettist Yvon Guillard, mee op 'En Chemin'.
De muziek op het instrumentale 'En Chemin', ook te verkrijgen onder de naam 'On the Way', is het best te omschrijven als progressive fusion. Beluistering doet enerzijds flarden van de jazz-rock van Brand X, Isotope en het Spaanse Iceberg langskomen; anderzijds lijkt de manier van spelen met de krachtige ritmes, de jachtige gitaar en de melodische lijnen op King Crimson ten tijde van 'Larks Tonques in Aspic'. In de meeste tracks ontbreken de keyboards, al speelt gastmuzikant Stephane Jaoui op twee van de negen nummers keyboards. Maar het geluid van de keys mis ik allerminst, aangezien Ayache avontuurlijke en warme klanken haalt uit zijn gitaar en gitaar-synthesizer.
Toen ik de schijf voor het eerst beluisterde vond ik het allemaal wat eenvormig. Maar gaandeweg kregen de nummers een 'smoel' en raakte ik zelfs gewend aan de wat dunne sound. De kracht van Xaal ligt vooral in de gedurfde afwisseling van de hoekige maar ook gejaagde ritmes met de rustiger en lieflijker passages. Is de opener 'L'Enfant af en toe wat rommelig, de melodielijn gespeeld door de gitaar is prachtig. De track 'Ballade' doet zijn naam geen eer aan want het is een stevig rocknummer met dominerende gastblazers op trompet en sax. Eén van de uitschieters is 'Le Jardin' waarin op een bijzondere manier de vroege Jethro Tull rondsluipt, wat folkelementen zijn verwerkt maar toch met name de sterke ritmesectie opvalt met daaroverheen de lustig solerende Ajache. In het zeven minuten durende en mysterieuze 'Le Vieux Chassier de Papillons' – een prachtige titel overigens – is Xaal in topvorm. De complexe compositie kent vreemde overgangen en breaks, heeft meerdere lagen, de gitaarsynthesizer speelt een hoofdrol en wat resulteert is een opzienbarende mengeling van Brand X en King Crimson. Maar de track die ik iedere keer weer opzet is het 11 minutende durende Byblos. Progressieve rock op z'n best met lang uitgesponnen solo's, heerlijke ondersteuning van de synthesizer, vreemde geluiden en een zichzelf langzaam vervormend thema.
Gevoelsmatig klopt het niet als ik 'En Chemin' het predikaat 'progressief meesterwerk' toe zou kennen. Daarvoor is de uniciteit van de muziek te gering en komen sommige composities net iets tekort. Maar, zoals de waardering laat zien, haalt Xaal op 'En Chemin' met glans de subtop. JoJo (2003)


Bezetting:

Patrick Boileau - drums, percussion
Nicholas Neimer - bass guitar
Jad Ayache - electric guitars, guitar-synth
Gasten:

Yvon Guillard - trumpet (track 2 and 8)
Alain Guillard - tenor saxophone
Stephane Jaoui - keyboards (track 2 and 8)

Discografie:
En Chemin (1991)
Seconde Ere (1995)